Actualiteiten

Alimentatie na samenwonen?

Door mw mr. A.A. Broekman-de Feijter en mw mr. M.E. Blesgraaf

Als twee partners gaan samenwonen kunnen zij ervoor kiezen om een samenlevingscontract te sluiten, meestal via een notaris. In dit contract wordt vastgelegd hoe de financiële zaken worden geregeld en welke afspraken er worden gemaakt voor (eventuele) kinderen. Daarnaast wordt met enige regelmaat ook een alimentatieverplichting opgenomen. Bij het einde van de relatie blijkt vaak dat deze verplichting niet duidelijk genoeg wordt  geformuleerd, waardoor deze niet via de rechtbank is af te dwingen.

 

Voor samenwoners bestaat er op grond van de wet na een verbreking van de relatie geen verplichting om in elkaars levensonderhoud te voorzien. Hiervan kan in onderling overleg worden afgeweken. In de praktijk worden verschillende bepalingen gebruikt om toch een alimentatieverplichting overeen te komen.

 

Vaak spreken de partners af dat de wettelijke bepalingen over partneralimentatie op hun situatie van toepassing zijn of wordt een maandelijks verschuldigd bedrag overeengekomen. Op die manier wordt getracht om bij de berekening van de alimentatie onder meer rekening te houden met de inkomens van beide partners. Daarbij kan het problematisch zijn als de specifieke artikelen, waaronder de artikelen 1:160 BW en 1:401 BW, niet uitdrukkelijk van toepassing worden verklaard. Het eerste artikel regelt dat de alimentatieverplichting eindigt als de gerechtigde gaat samenwonen met een ander als ware hij gehuwd en uit het tweede artikel volgt wanneer de verplichting kan worden gewijzigd. Als deze bepalingen niet van toepassing zijn, kan de alimentatieverplichting niet (via de rechtbank) worden gewijzigd.

 

In een recente uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant verzocht de man om wijziging van zijn alimentatieverplichting zoals partijen die in een overeenkomst hadden vastgelegd. De vaste lasten van de man vielen hoger uit doordat hij, na de verkoop van de gezamenlijke woning, de lasten voor een huurwoning moest gaan betalen. De rechtbank oordeelde dat artikel 1:401 BW alleen van toepassing is op een wettelijke verplichting tot betaling van alimentatie. Omdat partijen artikel 1:401 BW niet expliciet van toepassing hadden verklaard, kon de alimentatieverplichting van de man niet worden gewijzigd op grond van zijn stelling dat zijn lasten waren toegenomen. Indien artikel 1:401 BW op de overeenkomst van toepassing was verklaard, was wijziging waarschijnlijk wél mogelijk geweest. De hele uitspraak vindt u hier.

 

Mocht u uw samenlevingscontract willen laten
nakijken of heeft u hierover een vraag, neemt u dan gerust contact op met
  mr. Anouk Broekman-de Feijter of mr. M.E. Blesgraaf.