Actualiteiten

Burgemeester moet drugs grondig onderzoeken

Door mr. drs. A. Schreijenberg

De burgemeester van Heerlen heeft op 28 april 2014 besloten onder aanzegging van bestuursdwang een winkelpand met ingang van 1 mei 2014 voor twaalf maanden te sluiten en gesloten te houden. Het Handhavingsbeleid drugs en overige (woon)overlast van de gemeente Heerlen voorziet in die mogelijkheid. Bij de constatering van verkoop, aflevering, verstrekking of daartoe aanwezig hebben van harddrugs vanuit een bepaalde locatie, wordt die locatie zonder waarschuwing voor de duur van twaalf maanden gesloten.

 

De reden voor de sluiting is in dit geval het aantreffen van verschillende drugs, waaronder 5 ml (vermeende) GHB. De burgemeester stelt in zijn besluit (naar later blijkt ten onrechte) dat deze hoeveelheid geen gebruikershoeveelheid is en dat daarom verkoop, aflevering, verstrekking of het daartoe aanwezig hebben van harddrugs gegeven is.

 

Na onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) blijkt de aangetroffen vloeistof geen GHB, maar MDMA te zijn. Vijf gram MDMA is tien maal de toegestane hoeveelheid harddrugs en dus geen gebruikershoeveelheid. De burgemeester heeft op grond van deze vaststelling de motivering van zijn in beroep bestreden besluiten aangepast.

 

De Afdeling overweegt echter dat de informatie op grond waarvan de burgemeester zijn besluit van 28 april 2014 genomen heeft onvoldoende concreet was. De burgemeester is ten onrechte uitgegaan van GHB in plaats van MDMA, hij heeft geen onderzoek gedaan naar de loop naar het winkelpand van personen die daar drugs willen kopen en van daarmee gepaard gaande overlast is niet gebleken. De Afdeling overweegt dat niet vast stond dat het aangetroffen flesje meer dan een gebruikershoeveelheid bevatte en dat de burgemeester dus niet bevoegd was het pand te sluiten.

 

Deze uitspraak laat zien dat in het bestuursrecht in het algemeen, maar ten aanzien van ingrijpende bevoegdheden als woningsluiting in het bijzonder, strenge eisen gesteld worden aan de informatie die aan een besluit ten grondslag ligt. Blijkt deze informatie onjuist of had het bestuursorgaan meer onderzoek moeten doen naar de feiten, dan houdt het besluit geen stand.

 

ABRvS 27 mei 2015,  www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2015:1690