Actualiteiten

De plicht tot het houden van concreet toezicht

Door Ad Schreijenberg

In een eerdere uitspraak heeft de Afdeling overwogen dat het feit dat een verhuurder periodiek het gehuurde had gecontroleerd en zich daarbij had gehouden aan de in een door de gemeente uitgegeven folder voorgeschreven controlecyclus van één keer per kwartaal, maakte dat de burgemeester in redelijkheid het verhuurde pand niet kon sluiten. Uit een uitspraak van 5 februari 2020 blijkt dat dit niet altijd opgaat.

 

De burgemeester van Rijswijk besloot op 12 april 2018 om een bedrijfspand voor negen maanden te sluiten, nadat daar drugs werden aangetroffen. De verhuurder van het pand ging in bezwaar en vervolgens in beroep. Zijn beroep werd door de rechtbank gegrond verklaard, omdat er volgens de rechtbank sprake was van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de burgemeester in redelijkheid niet tot sluiting van het pand kon overgaan. Daarbij verwees de rechtbank naar de uitspraak van de Afdeling van 13 maart 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:794), waaruit volgt dat periodieke controles door een verhuurder kunnen maken dat een sluiting onevenredig is.

 

De burgemeester heeft in hoger beroep aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte de vergelijking met die uitspraak heeft getrokken. Het feitencomplex is immers anders. In de zaak die leidde tot de uitspraak van 13 maart 2019 had de desbetreffende burgemeester een folder uitgegeven waarin verhuurders werd aangeraden om hun pand ieder kwartaal te controleren. In Rijswijk is zoiets niet met verhuurders gecommuniceerd. Bovendien heeft de verhuurder in kwestie het pand helemaal niet gecontroleerd.

 

De Afdeling heeft in deze zaak overwogen dat het vaste rechtspraak is dat van degene die een pand verhuurt, wordt verwacht dat hij zich tot op zekere hoogte informeert over het gebruik dat van het pand wordt gemaakt. Dat betekent dat verhuurders concreet toezicht moeten houden op het gebruik van het pand. Hoewel de verhuurder in kwestie voor het aangaan van de huurovereenkomst is nagegaan of hij met een bonafide huurder te maken had en het pand nog maar drie maanden verhuurde, heeft de burgemeester zich volgens de Afdeling in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de verhuurder al wel had moeten controleren. Dit gelet op de kweekcyclus van hennep die normaal gesproken acht tot tien weken duurt.

 

Tenzij een gemeente dus een andere controlecyclus communiceert doen verhuurders er goed aan het verhuurde object eens in de acht tot tien weken te controleren. Doen zij dit niet, dan zal een sluiting van het pand na het aantreffen van drugs doorgaans in rechte stand houden.

 

ABRvS 5 februari 2020, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2020:363