Actualiteiten

Een periode van rust gecreëerd?

Door mr. drs. A. Schreijenberg

De burgemeester van Amstelveen heeft op 30 juni 2015 een huisverbod verlengd tot 18 juli 2015. In het verlengingsbesluit werd het volgende opgemerkt:

“Uit het zorgadvies van Vita blijkt dat de psychiater niet kon aangeven of verzoeker de komende tijd in de kliniek zou blijven. De vrouw was bang dat het verzoeker, evenals eerder in december 2014, zou lukken de inbewaringstelling (IBS) te doen laten intrekken. Met zowel de IBS als verlenging van het huisverbod weet zij zich veilig. Verlenging is ook een signaal naar de behandelende kliniek dat verzoeker niet naar huis kan komen. In verband met niet beheersbare onzekerheden over het verblijf van verzoeker in de [kliniek] is verlenging van het huisverbod aan de orde.”

 

De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam overweegt hierover dat de bedoeling van het tijdelijk huisverbod is om een periode van rust te creëren waarbinnen een adequaat hulpaanbod kan worden gedaan om aan het huiselijk geweld een einde te maken. Omdat het verlengingsbesluit is genomen in verband met de onzekerheid over het verblijf van verzoeker in een kliniek en als signaal aan de behandelaar om een scenario als in december 2014 te voorkomen is er naar het oordeel van de rechter sprake van détournement de pouvoir. De bevoegdheid van de burgemeester zou met andere woorden zijn aangewend voor een ander doel dan door de wetgever voorzien.

 

Daar is op zijn minst discussie over mogelijk. Eerder, in 2010, deed de rechtbank ´s-Hertogenbosch een vergelijkbare uitspraak. De burgemeester van Helmond verlengde een huisverbod, omdat hij nog geen voorziening voor de achterblijvende kinderen had kunnen treffen. De Afdeling overwoog in die zaak dat de burgemeester zijn bevoegdheid niet gebruikte voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. De burgemeester had aan het verlengingsbesluit onder meer ten grondslag gelegd dat nog altijd een dreiging van geweld bestaat of in elk geval een ernstig vermoeden daarvan (ECLI:NL:RVS:2010:BL4143).

 

In de onderhavige casus is er met name de onzekerheid over het al dan niet vrij rondlopen van de uithuisgeplaatste. Dat dit een situatie van ernstig en onmiddellijk gevaar in de zin van de Wet tijdelijk huisverbod kan opleveren is op grond van de eerdere ervaringen bekend. Het gaat mijns inziens nogal ver om te stellen dat een huisverbod dat is opgelegd om die onzekerheid weg te nemen niet is opgelegd om ‘een periode van rust te creëren waarbinnen een adequaat hulpaanbod kan worden gedaan om aan het huiselijk geweld een einde te maken’. Juist het feit dat onzeker is of de uithuisgeplaatste ineens weer bij de achterblijver voor de deur staat lijkt mij een factor die de nodige onrust kan veroorzaken.

 

Ook meer algemeen beschouwd is de uitleg van de voorzieningenrechter met betrekking tot het doel van de wetgever een vrij beperkte uitleg. In de memorie van toelichting bij de Wet tijdelijk huisverbod worden verschillende doelen genoemd, waaronder bevorderen dat het slachtoffer tot rust kan komen (zie voor een overzicht de procesevaluatie Wet tijdelijk huisverbod, p. 16).

 

Rechtbank Amsterdam, 15 juli 2015, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBAMS:2015:4586