Actualiteiten

Eens gegeven blijft gegeven? Over de inbreng van giften in een te verdelen nalatenschap

Door mr. G.W.J. van Dijke

In het Nederlandse erfrecht spelen giften een belangrijke rol. De vraag of een erflater gedurende zijn (gehele) leven giften heeft gedaan, heeft invloed op de vaststelling van de legitieme porties en aanspraken van (deels of volledig onterfde) afstammelingen. Giften kunnen echter ook relevant zijn bij de verdeling van een nalatenschap tussen erfgenamen, zónder dat sprake is van een schending van de legitieme porties. Ten onrechte wordt daar vaak niet bij stilgestaan.

 

De verdeling van een nalatenschap en de rol van giften.

Giften worden onder omstandigheden betrokken bij de verdeling van de nalatenschap. Bepaalde giften moeten namelijk na het overlijden van de erflater worden ’ingebracht’ in de te verdelen nalatenschap. Met ’inbreng’ wordt bedoeld dat eerder (aan individuele erfgenamen) gedane giften worden toegevoegd aan de onverdeelde / te verdelen boedel, welke boedel vervolgens (naar rato van de aandelen van de erfgenamen in de nalatenschap), wordt verdeeld. Dat heeft tot gevolg dat gedane giften (met terugwerkende kracht) te beschouwen zijn als een soort voorschotten op de aan de erfgenamen toekomende erfdelen.

 

Een kort (reken)voorbeeld ter illustratie:

 

Stel dat er een erflater is met vier kinderen. Erflater laat (slechts) een bankrekening na met daarop een saldo van € 100.000,-. Twee kinderen hebben decennia geleden echter ieder (omgerekend) € 20.000,- geschonken gekregen.

 

Een logische gedachte is dat elk kind een bedrag van € 25.000,- toebedeeld krijgt, want ieder kind erft een kwart. De legitieme porties van de kinderen zijn bovendien ook niet geschonden door de (beperkte) giften. Als echter wordt geconstateerd dat de giften moeten worden ingebracht (ik kom nog terug op de vraag wanneer daar sprake van is), leidt dat tot de volgende situatie:

 

  1. Het  te verdelen vermogen wordt (fictief) vermeerderd met twee keer € 20.000,- en bedraagt derhalve € 140.000,-.
  2. Het aandeel van ieder kind in de nalatenschap is daar één vierde deel van, derhalve € 35.000,- ieder.
  3. De kinderen die zijn begiftigd, moeten de bedragen ad € 20.000,- met hun erfdeel verrekenen. Zij verkrijgen derhalve ieder nog € 15.000,- en de twee andere kinderen verkrijgen ieder nog € 35.000,-.

 

De plicht tot inbreng is er naar oud én huidig recht niet, voor zover de waarde van de gift groter is dan het aandeel van de erfgenaam. Die situatie zou zich in het bovenstaande rekenvoorbeeld (pas) voordoen vanaf geschonken bedragen van twee keer € 50.000,-. In dat geval komt overigens een schending van de legitieme porties weer in zicht.

 

Wanneer is dan van die verplichting tot inbreng sprake?

Naar huidig recht (artikel 4:229 BW), vanaf begin 2003, is het uitgangspunt dat giften aan erfgenamen niet hoeven te worden betrokken bij de verdeling van de nalatenschap, tenzij dit uitdrukkelijk bij gift wordt bepaald. Wat dat betreft zal de situatie zich dus steeds vaker voordoen dat van deze ‘problematiek’ geen sprake is. Echter, giften die zijn gedaan vóór 2003 moeten (conform het oude erfrecht) wél worden ingebracht, tenzij door erflater bij het doen van de gift of anders (bij testament bijvoorbeeld) is aangegeven dat niet hoeft te worden ingebracht.

 

In alle gevallen, ook wanneer vaststaat dat de legitieme portie niet is geschonden, is het dus raadzaam om na te gaan óf in het verleden giften zijn gedaan, wanneer die hebben plaatsgehad en onder welke (bijzondere) voorwaarden. Onder ‘gift’ wordt ook een materiële bevoordeling verstaan. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als een woning door de erflater aan een kind is overgedragen tegen een prijs die (substantieel) lager lag dan de marktwaarde op het moment van overdracht. Ook als een schuld wordt kwijtgescholden kan dat in dit kader als gift worden beschouwd.

 

Terzijde: als een schuld niet is kwijtgescholden (en dus is blijven bestaan), kan dat op een min of meer gelijke wijze worden rechtgezet: de schuld wordt ‘gedwongen verrekend’ met het erfdeel (artikel 4:228 BW). Van een dergelijke verrekening met het erfdeel zal óók sprake zijn als de schuld al is verjaard. 

 

Conclusie:

Bijzondere transacties zoals die gedurende het verleden van erflater hebben plaatsgehad, kunnen bij de verdeling van de nalatenschap worden gecorrigeerd / gecompenseerd. Hierbij valt in de eerste plaats te denken aan giften (waar ook materiële bevoordelingen en kwijtscheldingen voorbeelden van zijn). Daarnaast biedt de wet de mogelijkheid om een (al dan niet verjaarde) vordering van de erflater op één van de erfgenamen alsnog in de verdeling te betrekken.