Actualiteiten

Is voorkomen is beter dan genezen? De inzet van het AstraZeneca vaccin door (huis)artsen.

Door Jantien van Hoeve en Bas Labee

Is voorkomen is beter dan genezen? De inzet van het AstraZeneca vaccin door (huis)artsen. Het dilemma tussen vaccineren en aansprakelijkheidsrisico’s

 

Huidige stand van zaken
Op 9 april 2021 heeft de Gezondheidsraad (De Commissie Medische Aspecten van COVID-19) de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geadviseerd om bij personen jonger dan 60 jaar geen gebruik te maken van het AstraZeneca vaccin (“het vaccin”). Dergelijke adviezen kunnen ook de kop opsteken bij het gebruik van andere vaccins. (Huis)artsen bevinden zich in een lastige situatie: “prikken” zij onverminderd door of volgen ze de adviezen van de Gezondheidsraad, het ministerie en het EMA?

 

Uit diverse berichtgeving blijkt dat huisartsen tegen voornoemd advies in toch het vaccin bij de groep jonger dan 60 blijven zetten. Veelgehoorde redenen zijn de minieme risico’s op bijwerkingen (de nadelen wegen niet op tegen de voordelen) en de roep vanuit de patiënt om toch (tijdig) een vaccin te krijgen. Een duivels dilemma voor de (huis)arts: volg ik het advies van de Gezondheidsraad of vaccineer ik (op verzoek van de patiënt) kwetsbare 60-minners?

 

In dit artikel belichten wij de juridische aspecten van het vaccineren door een (huis)arts tegen het advies in van de Gezondheidsraad. Hoe zit het met aansprakelijkheid? Loopt een huisarts/patiënt een financieel risico? En hoe zit het met een verklaring waarbij een patiënt zelf instemt met de risico’s?  

 

De behandelovereenkomst
Tussen de huisarts en een patiënt bestaat een behandelovereenkomst. Dit geldt ook voor de situatie waarin de (huis)arts een vaccin plaatst bij een patiënt. De behandelovereenkomst is de juridische basis voor de verplichtingen die over en weer tussen de (huis)arts en de patiënt gelden.

 

De zorgplicht van de (huis)arts
Een van de verplichtingen die voortvloeit uit de behandelovereenkomst betreft de zorgplicht van de (huis)arts. De (huis)arts moet bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en handelt daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 BW).

 

Voor beantwoording van de vraag of een (huis)arts in strijd met deze zorgplicht handelt, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

 

Als een arts ingaat tegen het advies van een gezaghebbende instantie, geeft dat een indicatie dat de arts niet heeft gehandeld in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, die voortvloeit uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard. Gemiddeld genomen volgt een (huis)arts namelijk medische protocollen en adviezen van de Gezondheidsraad. Het vaccineren van 60-minners met het AstraZenica vaccin kan daarom worden gezien als een ‘afwijking’ op de huidige norm.

Indien de (huis)arts dus tegen de geldende adviezen in alsnog het vaccin zet, kan dit onder omstandigheden worden aangemerkt als onzorgvuldig handelen. Dit levert een juridische grondslag op voor aansprakelijkheid als de patiënt door vaccinatie alsnog schade oploopt.

Kan een (huis)arts aan aansprakelijkheid ontkomen wanneer een patiënt goed is ingelicht over de risico’s en verklaart dat hij of zij instemt met eventuele schade?

 

Exoneratiebeding door de (huis)arts
In de media verschijnen verschillende berichten dat patiënten bij de (huis)arts aankloppen om toch gevaccineerd te worden met het AstraZeneca vaccin. Als een (huis)arts wenst mee te werken met een dergelijk verzoek, dan dringt de vraag zich op of het mogelijk is om aansprakelijkheid te ontkomen, bijvoorbeeld door het ondertekenen van een verklaring door de patiënt. In een dergelijke verklaring, ook wel in juridische termen aangeduid als een ‘exoneratiebeding’, kan worden opgenomen dat de patiënt is gewezen op de (gezondheids)risico’s, bewust dit risico neemt en accepteert en dat de (huis)arts niet aansprakelijk is die de patiënt mogelijk lijdt.

 

Wij zijn van mening dat een (huis)arts met een dergelijke verklaring de (aansprakelijkheids)dans niet kan ontspringen. Op grond van artikel 7:463 BW is een beding waarin de (huis)arts zijn aansprakelijkheid jegens de patiënt uitsluit, verboden. Als de (huis)arts, ondanks dit verbod, toch een dergelijk exoneratiebeding opneemt, is het beding ingevolge artikel 3:40 lid 2 BW vernietigbaar.

 

Tevens kan een dergelijk beding in verband met de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid buiten toepassing worden gelaten. Artikel 6:248 lid 2 BW en artikel 6:233 BW (in geval van een beding in algemene voorwaarden) zijn evenzeer van toepassing op andere bedingen die in de geneeskundige behandelingsovereenkomst zijn opgenomen.

 

Met andere woorden: een exoneratiebeding zal naar alle waarschijnlijkheid geen stand houden. Het voorkomt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade. Desalniettemin, kan een dergelijke verklaring wel een indicatie opleveren dat een (huis)arts een patiënt indringend heeft gewaarschuwd en de patiënt welbewust een risico heeft genomen. Dit kan mogelijk doorwerken in de omvang van de te vergoeden schade, omdat bij een vorm van ‘eigen schuld’ de hoogte van de schadevergoeding vaak gematigd wordt.

 

Mogelijk verhaal door de patiënt
Indien de patiënt door het vaccin schade lijdt, kan hij de schade op de (huis)arts proberen te verhalen. Normaliter is de (huis)arts middels een verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering hiervoor verzekerd. Het is echter denkbaar dat de verzekeraar van de (huis)arts voor een situatie als de onderhavige geen dekking verleent, omdat de arts – al dan niet bewust – tegen de geldende adviezen in, en mogelijk niet conform de voor hem/haar geldende professionele zorgplicht, heeft gehandeld. Het is afhankelijk van de omstandigheden van het geval of dit als roekeloos gedrag kan worden gekwalificeerd.

 

Conclusie
Een (huis)arts - die tegen de geldende adviezen in - doorgaat met het zetten van het vaccin bij de ogenschijnlijk ongeschikte doelgroep (patiënten jonger dan 60 jaar) stelt zichzelf bloot aan aansprakelijkheidsrisico’s. Een preventief middel tegen een claim is voor de (huis)arts naar alle waarschijnlijkheid niet mogelijk.  Aansprakelijkheid is noch via een exoneratiebeding, noch via de algemene voorwaarden uit te sluiten. Voorts loopt de (huis)arts het risico dat hij de schade ten gevolge van een aansprakelijkheidsclaim niet wordt gedekt door de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. De (huis)arts stelt hiermee niet alleen zichzelf aan een financieel risico bloot, maar ook de patiënt diens schade mogelijk niet verhaald kan worden.

  

Door: Jantien van Hoeve en Bas Labee