Actualiteiten

Kostenvergoeding € 300,- = huur

Door mr. U.T. Hoekstra

De gemeente Velsen komt in 2008 met een burger overeen om een perceel grond/standplaats en een woonwagen aan een burger in gebruik te geven tegen betaling van € 300,- als kostenvergoeding voor het gebruik van het verplaatsbare toilet, water en elektra. Dit bedrag wordt ingehouden op de aan de bruiklener uit te keren maandelijkse uitkering op basis van de Wet werk en bijstand, aldus de in 2010 op schrift gestelde overeenkomst.

 

Op 20 februari 2014 wordt de woonwagenbewoner in kort geding veroordeeld om de standplaats te ontruimen, maar deze gaat in hoger beroep.

 

In zijn arrest van 28 april 2015 vernietigt het hof dit vonnis; de vordering van de gemeente wordt alsnog afgewezen.

 

De woonwagenbewoner had aangevoerd dat de overeenkomst voor een duur van 5 jaar weliswaar in 2008 mondeling was gesloten, maar opnieuw schriftelijk is aangegaan in 2010, zodat de overeenkomst pas in 2015 zou eindigen en niet, zoals de gemeente had aangevoerd, in 2013. Dit verweer wordt door het hof verworpen: de termijn is gaan  lopen in 2008 omdat de overeenkomst toen werd gesloten; de schriftelijke vastlegging in 2010 is niet meer dan dat.

 

De woonwagenbewoner heeft wel succes met zijn verweer dat het hier niet gaat om bruikleen, maar om huur. Voor een bedrag van € 115,- per maand had de kostenvergoeding betrekking op een verplaatsbaar toilet. Het restant van € 185,- per maand ziet op het gebruik van water en elektriciteit, maar dat is naar het oordeel van het hof zodanig hoog, dat moet worden aangenomen dat daarin een huurcomponent begrepen is.

De gemeente had aangevoerd dat ook de kosten voor de aansluiting van water en elektriciteit en de kosten voor het plaatsen van een tijdelijk aggregaat tot een totaalbedrag van € 8.000,- in de kostenvergoeding begrepen was, maar dat stuit hier op af, aldus het hof, dat in de inleidende overweging van de overeenkomst is gesteld dat de gemeente ‘op haar kosten’ op het perceel een woonwagen heeft geplaatst: dan mag dit kostenbedrag dus niet worden verhaald! Bovendien staat ook in de overeenkomst dat de gemeente zorg draagt voor de aan- en afsluiting van water en elektriciteit: daarom valt niet in te zien dat de aansluitingskosten deel uit maken van de overeengekomen maandelijkse vergoeding, aldus het hof!

Tot zover is de les: indien in een dergelijke overeenkomst met bijvoorbeeld een woonwagenbewoner wordt overeengekomen dat door deze een kostenvergoeding moet worden betaald, is het zaak om in de overeenkomst goed op te nemen waar deze vergoeding betrekking op heeft! Bijvoorbeeld had opgenomen moeten worden dat de gemeente de aansluitingskosten tot een bepaald bedrag had voorgeschoten, en dat de bewoner dit bedrag gedurende de 5 jaar zou gaan terugbetalen.

 

Aangezien het hier gaat om huur van een woonwagen met standplaats, gaat het om huur van woonruimte. In artikel 7:271 BW is bepaald dat de voor bepaalde tijd aangegane huur, niet eindigt door het enkele verloop van de huurtijd. De overeenkomst is echter niet rechtsgeldig opgezegd, omdat de gemeente er vanuit was gegaan dat deze door het enkele verstrijken van de tijd was geëindigd.

 

Het hof overweegt ten overvloede dat de gemeente weliswaar in een brief had geschreven dat de overeenkomst moest eindigen in verband met het realiseren van een bestemming ex artikel 7:274 BW, maar op deze opzeggingsgrond was geen beroep gedaan. Ook had de gemeente aangevoerd dat de woonwagenbewoner overlast veroorzaakte, maar ook de desbetreffende opzeggingsgrond was door de gemeente als opzeggingsgrond niet aangevoerd.

De les die hieruit getrokken kan worden, is dat het in voorkomend geval toch nuttig is om aandacht te schenken aan subsidiaire beëindigingsgronden die weliswaar op het eerste gezicht en ook volgens de rechter in eerste aanleg niet aan de orde behoeven te komen, maar uiteindelijk toch een rol kunnen gaan spelen. Daar dienen advocaten en andere rechtshulpverleners in voorkomend geval dus wel tijd en aandacht aan te besteden!

 

Hof Amsterdam 28 april 2015, www.rechtspraa.nl: ECLI:NL:GHAMS:2015:1595