Actualiteiten

Lastenfuik in beroep

Door Jaap IJdema

Als in een last onder dwangsom meerdere afzonderlijke lasten worden opgelegd die onafhankelijk van elkaar kunnen worden uitgevoerd, dan staat artikel 6:13 Awb eraan in de weg dat in beroep wordt opgekomen tegen lasten waar in bezwaar geen gronden zijn gericht.

 

Het college van B en W van de gemeente Nieuwkoop had op verzoek van een belanghebbende in een besluit vijf afzonderlijke lasten opgelegd aan een overtreder. De overtreder maakte bezwaar tegen dit besluit en beklaagde zich over één van de vijf lasten. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond.

 

De overtreder stelde beroep in en richtte in beroep zijn pijlen ook tegen twee andere lasten die bij het zelfde besluit waren opgelegd.

 

De rechtbank beoordeelde deze gronden van het beroep inhoudelijk.

 

De verzoeker om handhaving kon zich hierin niet vinden. Hij vond dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk had mogen beoordelen voor zover dat was gericht tegen de lasten waar de overtreder in bezwaar niet tegen opgekomen was.

 

Artikel 6:13 Awb bepaalt dat geen beroep kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijze als bedoeld in artikel 3:15 lid 1 Awb naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld.

 

Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling dat in beroep ook gronden mogen worden aangevoerd die niet in bezwaar zijn aangevoerd. Zie bijvoorbeeld ABRvS 22 juli 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ3432. Er geldt derhalve geen onderdelenfuik in beroep tegen een beslissing op bezwaar.

 

Daarom is het opmerkelijk dat de Afdeling de uitspraak van de rechtbank vernietigt. De Afdeling overweegt dat het besluit vijf afzonderlijke lasten bevat die onafhankelijk van elkaar kunnen worden uitgevoerd. In dat geval, zo oordeelt de Afdeling, verzet artikel 6:13 Awb zich ertegen dat in beroep gronden worden aangevoerd tegen een last waar in bezwaar geen gronden zijn aangevoerd.

 

ABRvS 17 februari 2021, www.rechtspraak.nl; ECLI:NL:RVS:2021:289