Actualiteiten

Nogmaals: bezit en verjaring

Door mr. U.T. Hoekstra

In een arrest van het hof ’s-Hertogenbosch van 21 april 2015 wordt nogmaals ingegaan op aspecten van bezit en verjaring van gemeentegrond.

 

Vooropgesteld wordt dat bij onroerende zaken niet snel een intentie tot inbezitneming, het houden van grond voor zichzelf door een niet-rechthebbende, kan worden aangenomen. Dat geldt nog sterker voor stroken publieke eigendom die grenzen aan percelen die aan privé personen in eigendom toebehoren. Het is niet ongebruikelijk dat eigenaren, huurders en/of andere gebruikers van belendende privépercelen gebruikmaken van dergelijke publieke stroken grond en/of deze onderhouden ter verhoging van het genot van hun privépercelen. Een ondubbelzinnig blijk van een pretentie van de niet-rechthebbende om een dergelijke strook gemeentegrond voor zichzelf te houden en deze zich toe te eigenen, kan daaruit niet worden afgeleid.

 

Na deze algemene inleiding wordt overwogen dat het in de onderhavige kwestie gaat om een groenstrook die voor een aantal woningen de natuurlijke omzoming van de achtertuinen vormt. Overwogen wordt dat het in die groenstrook aanbrengen van een afscheiding van paaltjes met gaas of draad om de bewegingsvrijheid van honden en/of kinderen te beperken, naar verkeersopvatting geen inbezitneming oplevert. Datzelfde geldt voor het gebruik van een dergelijke strook gemeentegrond voor het plaatsen van roerende zaken en zaken als een kippenhok, een speelhuis voor kinderen en/of een houtopslag. Ook het in privé aanbrengen van beplantingen en het onderhouden daarvan levert geen bezit op. De vraag of bijvoorbeeld een speelhuis of een houtopslag onroerend zijn of niet, en hoelang deze zich al ter plaatse bevonden, doet niet terzake.

 

Bovendien was het verzoek van appellanten in 1998 om de strook grond te mogen kopen, niet verenigbaar met de pretentie van eigendom c.q. bezit.

Het is overigens wel waar dat, als in 1998 de grond al verjaard was, een verzoek om de grond te mogen kopen deze verjaring niet ongedaan maakt.

Maar dan is het toch zo dat de persoon die in 1998 het verzoek deed, kennelijk er niet vanuit is gegaan dat hij deze strook grond geleverd had gekregen door zijn rechtsvoorganger en tevens dat hij die grond toen niet is gaan gebruiken voor zichzelf. In casu wordt geoordeeld dat de verjaring niet is aangetoond.

 

Duidelijk is dat zeker niet elk gebruik van een strook gemeentegrond leidt tot de conclusie dat door dit gebruik een inbezitneming heeft plaatsgehad. Een dergelijk gebruik kan ook zijn wat het lijkt te zijn: gebruik van grond van de gemeente (eventueel op basis van een stilzwijgende toestemming, aangezien de gemeente daartegen niet heeft geprotesteerd, aan te merken als bruikleen).

 

Hof ’s-Hertogenbosch 21 april 2015,  www.rechtspraak.nl; ECLI:NL:GHSHE:2015:1487