Actualiteiten

Persoonlijke omstandigheden

Door mr. drs. A. Schreijenberg

Nadat de politie op 14 oktober 2014 in een woning in Landgraaf onder andere een met professionele apparatuur opgezette hennepplantage met 435 oogstrijpe planten aantrof heeft de burgemeester van Landgraaf op 13 januari 2015 onder aanzegging van bestuursdwang gelast de woning voor drie maanden te sluiten.

 

Het bezwaar van de huurders van de woning (een man en een vrouw) tegen de sluiting werd ongegrond verklaard, evenals het door hen ingestelde beroep. In hoger beroep voerden zij onder andere aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de burgemeester, vanwege de door hen aangevoerde bijzondere omstandigheden, gebruik had moeten maken van zijn inherente afwijkingsbevoegdheid.


Gedoeld wordt op de bevoegdheid van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), die inhoudt dat het bestuursorgaan moet handelen overeenkomstig een beleidsregel, “tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.”

 

In dit geval werd aangevoerd (als bijzondere omstandigheden) dat de vrouw herstellende was van een operatie waarna zij ivf-behandelingen zou ondergaan. De sluiting van de woning zou stress opleveren, die de slagingskans van de ivf-poging negatief zou beïnvloeden. Ook zou het gezin van zes personen, waaronder vier minderjarige kinderen, op straat komen te staan. De man voerde aan dat hij een rijschool aan huis had en dat de woningsluiting hem in zakelijke problemen zou brengen.

 

De Afdeling overwoog dat in het licht van de woningsluiting de voornoemde omstandigheden geen bijzondere omstandigheden zijn in de zin van artikel 4:84 Awb. Alle genoemde omstandigheden zijn immers een direct gevolg van de sluiting, zodat ze niet onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen doelen.

 

ABRvS 2 maart 2016, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2016:543