Actualiteiten

Politieman in de fout

Door mr. B. de Smit

Meer respect voor de politiepet. Het is een opmerking die met regelmaat voorbijkomt. Maar hoe zit het met het respect en het fatsoen van de politiepet zelf? In een recente uitspraak van de Centrale Raad blijkt dat soms niet bijster groot te zijn.

 

De zaak handelt over een hoofdagent die bij besluit van 19 september 2012 met onmiddellijke ingang strafontslag was opgelegd wegens ernstig plichtsverzuim. Het plichtsverzuim was niet mals. Het ging om ongepaste uitlatingen tegen een vrouwelijke collega, het doen van negatieve uitlatingen over de organisatie en over leidinggevenden en het hinderlijk lastigvallen en inbreuk maken op de privacy van zijn ex-vriendin die tevens werkzaam is bij de politie.

 

Eerder werd betrokkene in een strafprocedure (bij arrest van 6 mei 2013) door de meervoudige kamer van het hof Arnhem-Leeuwarden wegens belaging van zijn ex veroordeeld. Er was sprake van het wederrechtelijk, stelselmatig en opzettelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van zijn ex door haar voortdurend en veelvuldig chatberichten te sturen en ongevraagd foto’s en een filmpje te plaatsen op de Hyvespagina van zijn ex.

 

Voordat deze zaak aan de Centrale Raad werd voorgelegd oordeelde de rechtbank dat de ongepaste uitlatingen tegen een vrouwelijke collega zijn aan te merken als toerekenbaar plichtsverzuim, maar de negatieve uitlatingen over de organisatie zag de rechtbank niet als plichtsverzuim. Reden waarom de rechtbank het beroep van betrokkene gegrond verklaarde en het (ontslag)besluit vernietigde. De korpschef was het hier niet mee eens en stelde hoger beroep in.

 

De Centrale Raad is het met de rechtbank eens dat de uitspraak van betrokkene tegen een vrouwelijke collega, dat zij om brigadier te worden zeker “een bruine arm had gehaald bij de leiding” ongepast was en plichtsverzuim oplevert. De Centrale Raad kwalificeert deze opmerking niet alleen als schadelijk voor de betrokken collega, maar ook voor het werkklimaat vanwege de bijdrage die daarmee wordt geleverd aan een vrouwonvriendelijke en seksistische cultuur. Het verweer van betrokkene dat ook anderen wel eens foute opmerkingen maken doet daar niets aan af; deze uitlating is op te vatten als plichtsverzuim.

 

De Centrale Raad komt wel tot een andere beoordeling dan de rechtbank als het gaat over de opmerkingen die betrokkene heeft gemaakt over de organisatie en over leidinggevenden. Uitlatingen als “kutorganisatie” en “leidinggevenden moet je niet vertrouwen; deze mensen zitten er alleen voor zichzelf”, schaden het aanzien van de politie en ondermijnen de positie van leidinggevenden.

 

Dit soort opmerkingen horen niet bij een ervaren politieman die ook nog een coachende rol binnen het korps heeft. Dat betrokkene niet zou zijn gewaarschuwd en dat hij geen verbetermogelijkheden zou hebben gehad doet aan het plichtsverzuim niets af.

 

Volgens de Centrale Raad heeft betrokkene in meerdere fasen zijn ex lastiggevallen en inbreuk gemaakt op haar privacy. De Centrale Raad is van mening dat er sprake is geweest van veelvuldig grensoverschrijdend gedrag waarmee betrokkene (ondanks herhaalde waarschuwingen) is blijven doorgaan. De mededeling die de ex per sms bij betrokkene kenbaar had gemaakt was klip en klaar; zij wenste geen enkel contact meer! Van betrokkene met professionele kennis van zaken mocht verwacht worden dat hij dit respecteerde. Hij stuurde echter 300 Whatsapp-berichten, mailde een uitvoerig dagboek en zocht zijn ex op in haar berging. Volgens de Centrale Raad zijn dit vormen van grensoverschrijdend gedrag die plichtsverzuim opleveren.

 

Een door betrokkene overgelegd psychiatrisch verslag waaruit zou blijken dat betrokkene licht verminderd toerekeningsvatbaar was ten tijde van het belagen van zijn ex mocht dan ook niet baten. De Centrale Raad acht het rapport niet van belang. Ondanks herhaalde waarschuwingen is betrokkene namelijk doorgegaan met zijn grensoverschrijdende gedrag.

 

CRvB 27 augustus 2015, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CRVB:2015:3023