Actualiteiten

Terugvorderen van staatssteun

Door Ingrid van der Hoeven

De Wet terugvordering staatssteun treedt met ingang van 1 juli 2018 in werking. Deze nieuwe wet biedt grondslagen voor het terugvorderen van ten onrechte verleende steun.


Met ingang van 1 juli 2018 treedt de Wet terugvordering staatssteun in werking.

 

Het terugvorderen van ten onrechte verleende staatssteun bleek in de praktijk niet altijd eenvoudig. De nieuwe wet voorziet in nationaalrechtelijke grondslagen voor de terugvordering van onverenigbare steun.

 

Het bestuursorgaan 'dat het aangaat' is het orgaan dat verplicht is de steun terug te vorderen. Dat zal veelal het orgaan zijn dat de steun heeft verstrekt. Het terugvorderen gebeurt door middel van een terugvorderingsbeschikking.

 

De terugvorderingsbeschikking is gericht aan de begunstigde onderneming. Daaronder valt niet alleen de oorspronkelijke ontvanger, maar ook de indirect begunstigde onderneming; de onderneming die voordeel heeft ontleend aan de steun.

 

De Wet terugvordering staatssteun bepaalt dat het bestuursorgaan verplicht is terug te vorderen indien de Commissie opdracht geeft tot een terugvorderingsbesluit. Daarnaast is het bestuursorgaan ook verplicht tot terugvordering indien de Commissie 'slechts' adviseert aan de nationale rechter dat sprake is van onrechtmatige staatssteun of wanneer het bestuursorgaan op basis van een gerechtelijke uitspraak concludeert dat terugvordering aan de orde is.

 

De Wet terugvordering staatssteun biedt het bestuursorgaan instrumenten om tot daadwerkelijke terugvordering te kunnen komen. Bestuursorganen kunnen namelijk een dwangbevel uitvaardigen tegen de begunstigde en bestuursorganen krijgen de bevoegdheid (niet de verplichting) om aan de begunstigde verleende vergunningen en andere besluiten in te trekken.

 

Tegen de terugvorderingsbeschikking staat beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in eerste en enige aanleg.


Wet terugvordering staatssteun