Actualiteiten

‘Uitsterfbelijt’ voor woonwagenstandplaatsen?

Door mr. U.T. Hoekstra

De gemeente is eigenaar/verhuurder van een woonwagenkampje met een drietal standplaatsen. In de caravan op een bepaalde standplaats werd in een tijdsperiode van enkele jaren tot tweemaal toe een hennepkwekerij ontdekt. Op 10 december 2014 brak in de desbetreffende woonwagen nogmaals brand uit als gevolg van hennepkweek. Daarop is de huurovereenkomst met betrekking tot deze standplaats beëindigd. Een andere woonwagenbewoner verlangt daarop dat de standplaats aan hem wordt toegekend, maar de gemeente Lingewaal weigert uitgifte. De aanvrager betoogt daarop dat een uitsterfbeleid in strijd is met de wet.

 

De kantonrechter van de rechtbank Gelderland oordeelt dat de gemeente niet verplicht is om de standplaats te verhuren. Zij heeft kunnen besluiten om de verhuur te beëindigen, mede omdat de huuropbrengst van de standplaats niet opweegt tegen de inspanningen die de gemeente keer op keer op de woonwagenlocatie moet laten verrichten (in verband met de hennepkweek). De gemeente wil het bestemmingsplan wijzigen en de bouw van twee onder één kap woningen toestaan. Aldus doende is het niet aannemelijk dat de gemeente met haar besluit een verboden onderscheid maakt op grond van ras (artikel 1 Grondwet) of anderszins handelt in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur. De gemeente is als privaatrechtelijk eigenaar bevoegd om de verhuur van de standplaats te staken (zie Hoge Raad NJ 2005-23).

Het is wel waar dat het woonwagenkampje wordt opgeheven en dat het aantal standplaatsen in de gemeente uiteindelijk zal krimpen, maar binnen de gemeente zijn er nog drie andere zogeheten woonwagencentra die blijven voortbestaan, zodat er geen uitsterfbeleid is. De eisende partij kan in aanmerking komen voor een standplaats elders.

 

Rb Gelderland 13 april 2015, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBGEL:2015:2551