Actualiteiten

Wet bescherming erfgenamen tegen schulden

Door mr. G.W.J. van Dijke

Op 8 juni 2016 is de Wet bescherming erfgenamen tegen schulden in het Staatsblad gepubliceerd. Dit wetsvoorstel zal waarschijnlijk op 1 september 2016 in werking treden. De titel van het wetsvoorstel verraadt al dat het de bedoeling is om erfgenamen méér bescherming te bieden tegen schuldeisers.

 

Erfgenamen kunnen zich op grond van het huidige recht al indekken tegen schuldeisers van de nalatenschap, door beneficiair te aanvaarden. Vaak wordt echter niet beneficiair maar zuiver aanvaard (soms zelfs omdat een beneficiaire aanvaarding tot allerlei formele rompslomp zou leiden, een opvatting die ik niet deel). Een dergelijke zuivere aanvaarding leidt op grond van de huidige wetgeving in beginsel tot volledige aansprakelijkheid van de erfgenamen voor het geval een schuld tot de nalatenschap behoort. Indien het (positieve) saldo van de nalatenschap niet toereikend is om die schuld uit te voldoen, is de zuiver aanvaard hebbende erfgenaam met eigen vermogen aansprakelijk voor nalatenschapsschulden. Het spreekt voor zich dat dat grote consequenties kan hebben.

 

De wetgever is van mening dat het huidige stelsel niet meer voldoet. Op grond van de nieuwe wetgeving zal een erfgenaam die zuiver heeft aanvaard en wordt geconfronteerd met een schuld “die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen” (artikel 4:194a BW naar nieuw recht) de nalatenschap alsnog beneficiair kunnen aanvaarden.

 

Nieuw is ook dat een handeling van een erfgenaam, die zijn keuze omtrent zuivere aanvaarding, beneficiaire aanvaarding of verwerping nog niet heeft gemaakt, slechts nog zuiver kan aanvaarden door het verkopen, bezwaren of op andere wijze aan het verhaal van schuldeisers onttrekken van goederen van de nalatenschap. Dit volgt uit het nieuwe eerste lid van artikel 4:192 BW. Naar huidig recht is het al voldoende dat een erfgenaam zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud gedraagt als zuiver aanvaard hebbende erfgenaam. Daar is sprake van als een erfgenaam zich als “heer en meester over de nalatenschap gedraagt”.

 

Wordt nu alles anders? Nee, dat valt wel mee: in de praktijk werden de “gedupeerde” erfgenamen door de rechter (ook naar huidig recht) namelijk al wel eens in bescherming genomen, ná toepassing van de redelijkheid en billijkheid. Over de vraag wat redelijk en billijk is, werd dan flink gediscussieerd. De uitkomsten waren sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Toekomstige discussies zullen met name gaan over de vraag óf een erfgenaam een schuld niet kende en ook niet behoorde te kennen. Met name daar waar het de beantwoording van de vraag betreft of een erfgenaam een schuld niet “behoorde te kennen”, zullen – naar verwachting – de omstandigheden van het geval opnieuw een belangrijke rol gaan spelen. Wordt vervolgd!