Actualiteiten

Ambtshalve bekend als drugsdealer

Voor de overtreding van een APV-artikel dat een verbod op drugsdealen inhoudt is – kort gezegd – voldoende dat iemand ambtshalve als drugsdealer herkend wordt en zich verdacht gedraagt.

 

Op 16 oktober 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ermelo een man onder oplegging van een dwangsom gelast om artikel 2:74 van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Ermelo 2016 (hierna: de APV) niet meer te overtreden. Per overtreding is een dwangsom van € 5.000,- verschuldigd, met een maximum van € 20.000,-.

 

Artikel 2:74 van de APV van Ermelo verbiedt het dealen van drugs, meer precies “op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen”.

 

Op de plaatselijke braderie hebben politieambtenaren gezien dat de man envelopjes aan bezoekers van het evenement overhandigde. De envelopjes waren bij de politieambtenaren ambtshalve bekend als verpakkingsmiddel van harddrugs.

 

De man gaat in bezwaar, onder meer vanwege een bevoegdheidsgebrek. In bezwaar wordt dat bevoegdheidsgebrek hersteld doordat de burgemeester (als bevoegd orgaan) de beslissing op bezwaar heeft genomen. Het besluit als zodanig blijft in bezwaar en beroep in stand.

 

In hoger beroep heeft de man aangevoerd dat hij artikel 2:74, eerste lid, van de APV niet heeft overtreden. Hij geeft aan dat hij door de strafrechter niet is veroordeeld voor het bezit van harddrugs en daarvan is vrijgesproken.

 

Artikel 5:1 lid 2 van de Awb bepaalt dat de overtreder degene is die de overtreding pleegt of medepleegt. Artikel 5:1 lid 1 van de Awb definieert een overtreding als een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.

 

De Afdeling heeft overwogen dat voor overtreding van het bepaalde in artikel 2:74, eerste lid, van de APV, de aanwezigheid van drugs geen voorwaarde is. De bepaling strekt namelijk tot de handhaving van de openbare orde en geeft de mogelijkheid om drugsdealers weg te sturen of weg te houden. De man stond bij de politie ambtshalve bekend als drugsdealer. Samen met de observatie van zijn gedrag en de bij hem aanwezige persoon, heeft de rechtbank volgens de Afdeling terecht geoordeeld dat hij artikel 2:74, eerste lid, van de APV heeft overtreden.

 

ABRvS 22 april 2020, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2020:1117

 

Door Ad Schreijenberg