Actualiteiten

Bij einde termijn geen noodzaak tot onteigening?

Artikel 81 lid 1 RO. Onteigeningsrecht. Exploitatieplan. In plan opgenomen termijn voor bouwrijp maken van de grond is verlopen. Ontbreekt noodzaak tot onteigening?

 

De gemeente Purmerend stelt een bestemmings- en exploitatieplan vast en lokt bij de Kroon een onteigeningsbesluit uit. Tegen de tijd dat de burgerlijke rechter de daadwerkelijke onteigening moet gaan uitspreken, is echter de in het exploitatieplan opgenomen termijn voor het bouwrijp maken van de grond verlopen. Is dat een na het Koninklijk Besluit ontstaan nieuw feit waardoor de noodzaak tot onteigening is komen te vervallen?

 

Op grond van artikel 9 jo. artikel 10 van de regels van het exploitatieplan is het verboden om buiten de in dit plan genoemde periode over te gaan tot het bouwrijp maken. Volgens de eigenaar betekent dat dat de gemeente na onteigening niets meer met het onteigende perceel kan aanvangen. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat in het licht van na het Koninklijk Besluit gewijzigde of aan het licht gekomen omstandigheden –zoals in dit geval: de overschrijding van deze termijn- eventueel door de burgerlijke rechter geoordeeld moet worden dat onteigening niet meer geschiedt ten behoeve van het doel waarvoor volgens het Koninklijk Besluit wordt onteigend of omdat ten gevolge van gewijzigde inzichten over de uitvoering van een bestemmingsplan (of een ander aan de onteigening ten grondslag gelegd plan) niet meer kan worden gezegd dat de onteigening geschiedt ter uitvoering van dat plan.                 

 

De Hoge Raad oordeelt dat het feit dat de in het exploitatieplan opgenomen termijn voor het bouwrijp maken is verlopen, niet leidt tot de conclusie dat de onteigening niet meer kan worden uitgesproken. Immers, de gemeente heeft op grond van het exploitatieplan zelf de bevoegdheid om af te wijken van het exploitatieplan. De titel voor het bouwrijp maken zal de gemeente dan ook op elk moment zelf kunnen creëeren. Dat de titel dus op het moment van het oordeel van de burgerlijke rechter ontbreekt, is daarom geen reden om de gevorderde onteigening af te wijzen. De enkele reden dat de gronden nog niet waren bouwrijp gemaakt, was dat omtrent de onteigening met de eigenaar geen overeenstemming kon worden bereikt.

 

Hoge Raad 28 juni 2019, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:HR:2019:1045

 

Door Rikkert Hoekstra