Actualiteiten

Contractuele tarieven wijzigen in de zorg is niet billijk

Een gemeente en zorgaanbieder werken op basis van een contract. De gemeente wijzigt de overeenkomst. De tariefafspraken worden naar beneden bijgesteld en een plafondbudget wordt ingesteld. De rechtbank Oost-Brabant acht dit niet redelijk en billijk.

 

In 2014 zijn door de gemeente als gevolg van een aanbesteding in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning een basisovereenkomst en deelovereenkomsten gesloten met een zorgaanbieder met een looptijd tot en met 31 december 2020. Eén deelovereenkomst heeft betrekking op beschermd wonen.

 

In de overeenkomst is opgenomen dat de gemeente eenzijdig de overeenkomst mag aanpassen, mits beargumenteerd. Wijziging van de overeenkomst kan na overleg met en instemming van de zorgaanbieder, zolang partijen binnen de grenzen van de redelijkheid en billijkheid blijven.

 

Door stijgende kosten en vanuit kostenbeheersing heeft de gemeenteraad besloten de tarieven die de zorgaanbieders in rekening brengen te verlagen en een budgetplafonds per product en per aanbieder in te voeren. De budgetplafonds worden vastgesteld op basis van onderzoek naar de reële kostprijs van de verschillende zorgproducten en de daarbij passende tarieven. Partijen kunnen inschrijven voor het vernieuwde contract 2019. Doen partijen dat niet, dan dienen ze de bestaande overeenkomst op te zeggen.

 

Een van de huidige contractanten schrijft niet in en zegt de overeenkomst evenmin op. Zij stelt zich op het standpunt dat zij een flinke investering heeft gedaan (het openen van een nieuwe locatie), die op basis van het exploitatiemodel kon worden gedaan. Door de wijzigingen van de gemeente kan dat niet langer en komt zij voor financiële problemen te staan. Dit beeld wordt bevestigd door de accountant. Kortom: de eenzijdig door de gemeente voorgestelde contractwijzigingen zijn in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

 

De rechtbank volgt de contractant. De voorgestelde wijzigingen van het contract vallen niet binnen de grenzen van de redelijkheid en billijkheid. De (financiële) gevolgen voor de contractant zijn te verstrekkend. Dat andere zorgaanbieders wel akkoord zijn gegaan doet niet ter zake, aldus de voorzieningenrechter. De contractant heeft investeringen gedaan op basis van het bestaande contract en zij hoefde niet te verwachten dat de gemeente binnen een jaar, tijdens de looptijd van het contract dergelijke ingrijpende maatregelen zou treffen. Tot slot merkt de voorzieningenrechter nog op dat het vonnis er niet toe mag leiden dat de gemeente de overeenkomst opzegt. Dat zou leiden tot misbruik van haar opzeggingsbevoegdheid.

 

Rb Oost-Brabant 1 februari 2019, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBOBR:2019

 

Door Ingrid van der Hoeven