Actualiteiten

De bestuursrechter en de noodverordening

De noodverordening is een algemeen verbindend voorschrift en kan als zodanig niet rechtstreeks getoetst worden door de bestuursrechter. Toch zijn noodverordeningen en daarop gebaseerde uitlatingen en/of besluiten de laatste tijd ter toetsing aan de bestuursrechter voorgelegd. Hoe gaat de rechter daarmee om?

 

Een van de eerste gepubliceerde uitspraken in de coronaperiode was een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 19 maart 2020 (ECLI:NL:RBROT:2020:2496). De voorzitter van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid had per Whatsapp de weekmarkten in Dordrecht verboden. Enkele dagen later was er een noodverordening van kracht die hetzelfde verbod inhield. Het bezwaar van de marktkooplui richtte zich tot beide verboden. Omdat het Whatsapp-bericht zag op een periode in het verleden was er geen spoedeisend belang en werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Niet in geschil was dat dit bericht een appellabel besluit inhield. Over het bezwaar tegen het verbod in de noodverordening heeft de voorzieningenrechter overwogen dat een noodverordening naar zijn aard algemeen verbindende voorschriften bevat zodat om die reden, gelet op de artikelen 8:3, lid 1 aanhef en onder a, en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet als een appellabel besluit kan worden aangemerkt. Koenraad vroeg zich in zijn noot bij deze uitspraak (AB 2020/169) af of gesteld kan worden dat een noodverordening naar zijn aard algemene verbindende voorschriften bevat, ook als -  zoals hier - een verbod zich richt tot een specifieke kring van belanghebbenden. In beroep zou volgens hem beoordeeld moeten worden of er dan toch geen sprake is van een beschikking.

 

Op 25 mei 2020 (ECLI:NL:RBDHA:2020:4606) deed de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag een uitspraak over het in de noodverordening opgenomen verbod op het houden van samenkomsten. Centraal stond de organisatie van een besloten bijeenkomst over politieke grondrechten. In een e-mail aan de organisatie had de voorzitter van de Veiligheidsregio in antwoord op een vraag daarover geschreven dat de noodverordening een verbod op samenkomsten bevat, en dat de daarop geformuleerde uitzonderingen in dit geval niet van toepassing waren. Deze e-mail is volgens de voorzieningenrechter geen appellabel besluit, omdat hij slechts informeert over de inhoud van de noodverordening. Daarbij zou op zijn minst de vraag gesteld kunnen worden of het bericht niet met een besluit gelijkgesteld moest worden, omdat er ook iets gezegd wordt over de toepasselijkheid van het in de noodverordening opgenomen verbod in dit specifieke geval. Wat had de organisatie moeten doen om een rechtsingang te krijgen? De samenkomst gewoon houden en zo een handhavingsbesluit uitlokken? De e-mail houdt volgens de voorzieningenrechter ook geen verbod in op grond van de Wet openbare manifestaties (WOM), omdat die wet alleen een verbod kent ten aanzien van openbare plaatsen. Ook hier luidt het oordeel van de voorzieningenrechter dat de noodverordening zelf niet appellabel is.

 

Uit deze uitspraken volgt dat noodverordeningen voer voor discussie zijn, maar dat voorzieningenrechters die discussie snel – misschien soms iets te snel – beslechten.

 

Vzr. Rb Rotterdam 19 maart 2020, www.rechtspraak.nl; ECLI:NL:RBROT:2020:2496

Vzr. Rb Den Haag 25 mei 2020, www.rechtspraak.nl; ECLI:NL:RBDHA:2020:4606

 

Door Ad Schreijenberg