Actualiteiten

Doorgeladen vuurwapens verstoren de openbare orde

In een op 6 december 2018 gepubliceerde uitspraak van de Amsterdamse voorzieningenrechter van 16 mei 2017 stond de vraag centraal of de burgemeester van Aalsmeer een woning op grond van artikel 174a van de Gemeentewet voor drie maanden mocht sluiten. Dat mocht, hoewel betoogd kan worden dat de vereiste verstoring van de openbare orde niet cumulatief een ernstige aantasting van de veiligheid en de gezondheid voor de omgeving van de woning inhield.

 

De burgemeester had een woning voor drie maanden gesloten op grond van artikel 174a, eerste lid van de Gemeentewet nadat in de woning twee doorgeladen vuurwapens werden aangetroffen en op straat dichtbij de woning een gepantserde auto.

 

Artikel 174a, eerste lid van de Gemeentewet bepaalt dat de burgemeester kan besluiten een woning te sluiten, indien door gedragingen in de woning of op het erf de openbare orde rond de woning of het erf wordt verstoord. Het moet daarbij volgens de wetgever gaan om overlast die maatschappelijk onaanvaardbare vormen heeft aangenomen en die niet met andere, minder ingrijpende middelen kan worden bestreden. De toenmalige minister van Binnenlandse Zaken heeft op 16 april 1997 op aandringen van de Eerste Kamer een circulaire aan alle burgemeesters gestuurd waarin werd toegelicht dat de verstoring van de openbare orde waar het artikel op ziet cumulatief een ernstige aantasting van de veiligheid en de gezondheid moet inhouden voor de omgeving van de woning.

 

De vaststelling of sprake is van een verstoring van de openbare orde wordt door de bestuursrechter vol getoetst. Daarbij wordt doorgaans het hiervoor opgenomen strenge toetsingskader aangehouden (zie bijvoorbeeld ABRvS 1 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO5718). Een vaak gehoorde klacht is dat artikel 174a Gemeentewet daarmee vrijwel een dode letter is.

 

De Amsterdamse voorzieningenrechter was in de hier besproken uitspraak minder streng en heeft overwogen:

 

“Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder in dit geval kunnen constateren dat door het voorhanden hebben van twee doorgeladen vuurwapens in de woning, één in de meterkast naast de voordeur en één onder een matras, en het aantreffen van de gepantserde auto van de partner van verzoekster in de nabijheid van de woning, de verstoring van de openbare orde is gegeven. De voorzieningenrechter acht het in dit kader met name van belang dat de vuurwapens zogezegd schietklaar waren en voorhanden lagen in de woning. Ook de aanwezigheid van de gepantserde auto in de omgeving van de woning duidt op een verstoring van de openbare orde in en rond de woning. Hierbij weegt de voorzieningenrechter ook mee dat de partner van verzoekster, die nota bene in haar woning is aangehouden, verdachte is in het onderzoek naar de door de media genoemde vergismoord. Dit blijkt immers uit de bestuurlijke rapportage.” (onderstreping uit de op rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraak)

 

Mijns inziens een begrijpelijk (voorlopig) oordeel, maar af te vragen valt hoe het zich verhoudt tot de wetsgeschiedenis van artikel 174a Gemeentewet en de daarop gebaseerde strenge lijn in de Afdelingsjurisprudentie.

 

Rb Amsterdam 16 mei 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBAMS:2017:10629

 

Door Ad Schreijenberg