Actualiteiten

Dwangsom wordt gematigd

Afdeling matigt hoogte van dwangsom, omdat twee van de vier overtredingen die aan de last onder dwangsom ten grondslag lagen geen overtredingen blijken te zijn.

 

Op een perceel in Schalkhaar stond een stacaravan met bijgebouw. Naar de mening van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer was er sprake van een illegale situatie omdat:

de stacaravan, in strijd met artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo, permanent werd bewoond;

de stacaravan, in strijd met artikel 2.1 lid 1 sub a Wabo, was geplaatst zonder een omgevingsvergunning bouwen;

voor het bijgebouw evenmin een omgevingsvergunning bouwen was verleend, zodat ook het bijgebouw was geplaatst in strijd met artikel 2.1 lid 1 sub a Wabo en;

de stacaravan en het bijgebouw waren gebouwd in strijd met de bouwregels die op grond van het bestemmingsplan golden voor de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Intrekgebied’ die rustte op het perceel in kwestie.

 

Het college koos ervoor om ter zake van deze overtredingen één last onder dwangsom op te leggen. Deze last luidde dat de stacaravan en het bijgebouw moesten worden verwijderd en verwijderd gehouden en dat de permanente bewoning van de stacaravan moest worden gestaakt en gestaakt gehouden.

 

De hoogte van de dwangsom werd bepaald op een bedrag van € 25.000,-. Hoewel de uitspraak niets over de modaliteit van de dwangsom vermeldt, lijkt het erop dat het een bedrag ineens betrof.

 

In hoger beroep oordeelde de Afdeling dat de eerste twee genoemde overtredingen zich niet voordoen. Dat heeft consequenties voor de hoogte van de dwangsom.

 

Artikel 5:32b lid 3 Awb bepaalt dat de dwangsom wordt vastgesteld op een bedrag dat in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsom. Nu geen sprake was van vier, maar van twee overtredingen bleek het geschonden belang minder zwaar. De Afdeling overwoog bovendien dat juist de twee overtredingen die volgens de Afdeling geen overtredingen waren, het meeste gewicht in de schaal hadden gelegd bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom (zonder dat overigens duidelijk wordt uit de uitspraak waar de Adeling dat op baseert).

 

Dit alles bracht de Afdeling tot het oordeel dat de dwangsom niet in redelijke verhouding stond tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsom. De Afdeling voorziet zelf in de zaak en bepaalt dat de hoogte van de dwangsom wordt gematigd tot een bedrag van € 10.000,-.

 

ABRvS 15 januari 2020, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2020:41

 

Door Jaap IJdema