Actualiteiten

FAQ’s over de bezwaarprocedure

HOREN

 

Wanneer kan ik van horen afzien?

 

Op grond van artikel 7:2 lid 1 Awb moet het bestuursorgaan de bezwaarmaker(s) en alle eventuele andere belanghebbenden (bijv. vergunninghouders) in de gelegenheid stellen te worden gehoord voordat op het bezwaar wordt beslist.

 

Artikel 7:3 Awb bepaalt dat van horen kan worden afgezien als:

  1. het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is;
  2. het bezwaar kennelijk ongegrond is;
  3. de belanghebbende heeft verklaard geen gebruik te willen maken van zijn recht om gehoord te worden;
  4. de belanghebbende niet binnen een door het bestuursorgaan gestelde redelijke termijn heeft verklaard dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord, of;
  5. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad.

 

Wij gaan in op de mogelijkheden onder c en d.

 

De bezwaarmaker kan spontaan verklaren niet te willen worden gehoord, maar u kunt de bezwaarmaker ook vragen om af te zien van zijn recht om te worden gehoord. Als de bezwaarmaker daartoe bereid is, dan is het wel belangrijk om hem dat expliciet en schriftelijk te laten verklaren.

 

In zaken waarin er ook andere belanghebbenden zijn, zullen ook die expliciet moeten verklaren af te zien van hun recht om te worden gehoord.

 

De uitzondering onder sub d wordt de antwoordkaartmethode genoemd. Deze wordt met name toegepast door uitvoeringsinstanties die grote hoeveelheden beschikkingen moeten versturen. De methode kan echter ook worden toegepast in “gewone” zaken. Het verschil met de uitzondering onder sub c is dat de belanghebbende bij de antwoordkaartmethode moet verklaren dat hij wel wil worden gehoord. Doet hij dat niet binnen de termijn die is gesteld, dan kan het bestuursorgaan afzien van horen.

 

Ook voor de antwoordkaartmethode geldt echter dat deze minder geschikt is als er meerdere belanghebbenden zijn. U zult alle belanghebbenden in beeld moeten hebben op het moment dat u de antwoordkaart verzendt en als één van de belanghebbenden aangeeft wel te willen worden gehoord, dan zult u moeten horen.

 

Kan ik telefonisch horen?

De fysieke hoorzittingen zullen vanwege de Coronamaatregelen in beginsel niet meer kunnen plaatsvinden. Dat roept de vraag op of u ook telefonisch zou kunnen horen.

 

Telefonisch horen is mogelijk als de belanghebbende daarmee instemt, mits een en ander zorgvuldig geschiedt. Dat volgt uit de Memorie van Toelichting op artikel 7:2 Awb en uit de uitspraak van de Afdeling van 24 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:458).

 

Praktisch betekent dit dat u eerst de belanghebbende vraagt in te stemmen met telefonisch horen. Vervolgens is het van belang om een datum en tijdstip aan te kondigen waarop dit telefonisch horen zal plaatsvinden, zodat de belanghebbende zich kan voorbereiden.

 

Kan ik ook telefonisch horen als er meerdere belanghebbenden zijn?

 

Dat is lastig. In haar uitspraak van 25 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:917) oordeelde de Afdeling dat het bestuursorgaan terecht niet was ingegaan op het verzoek van één van de belanghebbenden om telefonisch te horen. Er waren in die procedure meerdere belanghebbenden betrokken en het bestuursorgaan vond het vanuit het oogpunt van een overzichtelijk en zorgvuldig verloop van het horen niet gewenst om dit telefonisch te doen. Aan de andere kant sluit de Afdeling in deze uitspraak de mogelijkheid om telefonisch te horen als er meerdere belanghebbenden zijn ook niet categorisch uit.

 

Toch lijkt het ons – juridisch gezien – niet echt mogelijk. Artikel 7:6 lid 1 Awb schrijft voor dat belanghebbenden in elkaars aanwezigheid worden gehoord. Het tweede lid bevat een uitzondering, maar die is beperkt en ziet niet op deze bijzondere situatie.

 

Maakt het nog verschil of ambtelijk wordt gehoord of door een commissie?

 

Als gehoord wordt door de commissie bezwaarschriften als bedoeld in artikel 7:13 Awb, dan moet een vertegenwoordiger van het bestuursorgaan voor het horen worden uitgenodigd. In dit soort gevallen is er dus altijd meer dan één partij die moet worden gehoord. Bij de beantwoording van de vorige vraag is al uitgelegd tot welke complicaties dat leidt. Telefonisch horen door een commissie lijkt derhalve geen reële mogelijkheid.

 

Wat als niet telefonisch kan worden gehoord?

 

Als er moet worden gehoord en dit niet telefonisch kan, dan zal, zolang de beperkingen van de Coronamaatregelen gelden, voorlopig niet gehoord kunnen worden. Dat betekent ook dat voorlopig geen beslissing op bezwaar genomen kan worden. De wettelijke beslistermijn is 6 weken en 12 weken als er een bezwaarschriftencommissie is ingesteld. Deze termijn kan één keer met zes weken verdaagd worden. Daarna is verder uitstel (zie artikel 7:10 lid 4 Awb) alleen mogelijk als:

  1. alle belanghebbenden daarmee instemmen;
  2. de bezwaarmaker daarmee instemt en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen worden geschaad, of;
  3. dit nodig is in verband met de naleving van wettelijke procedurevoorschriften.

 

De laatste uitzondering is niet geschreven voor dit soort situaties, maar de tekst van het artikel sluit het ook niet uit. Hier is duidelijk sprake van een situatie van overmacht waardoor niet kan worden gehoord. Wij vinden het verdedigbaar om dan op grond van artikel 7:10 lid 4 sub c Awb de beslistermijn te verlengen.

 

VERDAGEN BESLISTERMIJN

 

Wat kan ik doen als het om andere redenen niet lukt op tijd te beslissen?

 

We kunnen ons voorstellen dat het vanwege de Coronamaatregelen organisatorisch niet lukt om tijdig te beslissen. Op grond van artikel 7:10 lid 3 Awb kunt u de beslistermijn voor het beslissen op bezwaar voor ten hoogste zes weken verdagen. Lid 4 bepaalt dat verder uitstel alleen mogelijk is als (a) alle belanghebbenden daarmee instemmen, (b) de bezwaarmaker daarmee instemt en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen worden geschaad of (c) dat nodig is in verband met de naleving van wettelijke voorschriften.

 

Het horen van de belanghebbenden is wettelijk voorgeschreven. Stel dat het niet lukt om tijdig te beslissen omdat er niet gehoord kan worden. Zou de beslistermijn dan kunnen worden verdaagd op grond van artikel 7:10 lid 4 Awb?

 

Normaal gesproken is dat niet het geval, maar in deze bijzondere situatie vinden wij het wel verdedigbaar. De omstandigheden waardoor niet gehoord kan worden liggen immers geheel buiten de invloedsfeer van het bestuursorgaan.

 

Voor zover deze uitzondering niet zou opgaan, kan de beslistermijn alleen nog worden verdaagd met toestemming van belanghebbenden.