Actualiteiten

Groutankers in gemeentegrond

Groutankers in gemeentegrond; heeft de gemeente toestemming gegeven daarvoor? Toerekening van gedeelte schade aan gemeente.

 

Groutankers hebben tot doel het verankeren van bouwwerken en bouwputwanden. Bij de realisering van het World Trade Center in Amsterdam werden groutankers aangebracht in gemeentegrond. Dat was omstreeks 2002, maar in 2016 wilde de gemeente een ondergrondse parkeergarage realiseren in het perceel waarin zich de groutankers bevonden. De eigenaar van het WTC en de gemeente spraken daarop af dat de kosten die zouden worden gemaakt om het WTC op alternatieve wijze te verankeren, 50:50 zouden worden gedeeld en dat de vraag wie voor de kosten verantwoordelijk is, later aan de rechter zou worden voorgelegd. WTC beweerde namelijk dat de gemeente met het aanbrengen en aanhouden van de groutankers zou hebben ingestemd.

 

De rechtbank in Amsterdam oordeelt echter dat dit niet het geval was. Zij overweegt dat de omstandigheden dat WTC constructietekeningen heeft ingediend bij de stedelijke woningdienst waarop is aangegeven dat het ging om permanente groutankers, en dat de stedelijke woningdienst heeft laten weten daartegen geen bezwaar te hebben, brengt niet mee dat de gemeente toestemming heeft gegeven om die groutankers in gemeentegrond aan te brengen. Immers, de indiening en beoordeling van die tekeningen was onderdeel van de bouwvergunningsprocedure en dat is een louter publiekrechtelijke aangelegenheid. Dat de gemeente c.q. de stedelijke woningdienst in dat kader heeft laten weten geen bezwaar te hebben tegen de groutankers is daarom geen privaatrechtelijke toestemming om gemeentegrond te gebruiken.

 

Bovendien was er door WTC met de gemeente, en dan met name haar grondbedrijf, overleg gevoerd over de wijze van constructie van de damwanden en de financiële bijdrage die de gemeente daaraan zou leveren. WTC stelt niet dat zij met zoveel woorden om toestemming heeft gevraagd, laat staan dat dergelijke toestemming met zoveel woorden zou zijn gegeven. Zij stelt zelfs niet dat er ooit met het grondbedrijf is gesproken over groutankers. Zij zegt alleen dat de gemeente/grondbedrijf, vanwege bekendheid met de ankers in het kader van de bouwvergunningverlening, ook in haar privaatrechtelijke hoedanigheid wist dat er damwanden met ankers werden toegepast. De rechtbank stelt vast dat in het kader van de aanvraag aan de gemeente om een financiële bijdrage te leveren aan het bouwproject weliswaar  helder blijkt dat er permanente groutankers zouden worden geplaatst, maar dat wil nog niet zeggen dat WTC uit het enkele stilzwijgen naar aanleiding daarvan van de gemeente had mogen afleiden dat de gemeente privaatrechtelijke toestemming gaf voor het gebruik van gemeentegrond. Wie stelt dat impliciet toestemming is gevraagd voor een ingrijpend feit als het permanent verankeren van een groot gebouw in de grond van een ander, en dat die stemming impliciet is verleend, moet méér stellen dan enkel dan dat de ander het had kunnen weten, aldus de rechtbank. Impliciete toestemming vereist immers dat er iets van vertrouwen is gewekt dat men instemde, maar over het wekken van vertrouwen is niets gesteld; een stilzwijgen volstaat daartoe niet.

De gemeente maakt geen misbruik van bevoegdheid. Immers, bij de realisatie van de parkeergarage waren ook grote financiële belangen betrokken. Er is geen onevenredigheid tussen het belang tussen het belang van de uitoefening van het eigendomsrecht enerzijds en anderszijds de grote kosten van circa € 3,2 miljoen om een alternatieve verankering van het WTC te kunnen realiseren.

 

Dat betekent nog niet dat de gemeente voor de kosten helemaal niet aansprakelijk is. Immers, de gemeente had wel kunnen weten dat WTC van plan was om permanente groutankers aan te brengen in haar grond. Dat feit alleen betekent nog niet dat de schade mede aan de gemeente is te wijten, maar er spelen wel twee bijzondere omstandigheden. Namelijk doordat de gemeente het op zich had genomen om excessieve bouwkosten te betalen , heeft zij zich ten eerste actief bemoeid met de wijze waarop de damwanden middels groutankers zouden worden geconstrueerd. De gemeente heeft zich op eigen initiatief in de positie begeven waardoor zij had kunnen weten dat er groutankers in haar perceel zouden worden aangebracht. Ten tweede was de gemeente, zo blijkt uit de feiten, zich er heel goed bewust van dat de wijzigingen in de constructie zich afspeelden rond de erfgrens met haar perceel, zodat zij zich er van bewust had kunnen c.q. moeten zijn dat dit implicaties zou kunnen hebben voor de eigendomsverhoudingen. Tegen die achtergrond lag het op de weg van de gemeente om dit onderwerp aan de orde te stellen bij WTC en navraag te doen. Aan de andere kant, WTC had de primaire verantwoordelijkheid om er voor te zorgen dat gebouwd werd zonder inbreuk te maken op de rechten van derden zoals de gemeente. WTC had primair dus zelf actief om toestemming moeten vragen en dat heeft zij ook niet gedaan. Daarom bepaalt de rechtbank dat de schade voor 20% van het schadebedrag van circa € 3,2 miljoen voor rekening van de gemeente dient te blijven.

Het gaat hier dus om een verdeling van de aansprakelijkheid ex artikel 6:101 BW, omdat de schade deels door eigen schuld van de gemeente is ontstaan. Men moet wel enigszins waken voor zijn eigen belang. Maar primair rust de verantwoordelijkheid op de bouwer. Hij moet duidelijk vragen om toestemming voor gebruik van gemeentegrond; de aanvraag van een omgevings- of bouwvergunning is in dat kader niet genoeg. In het kader van de vergunningverlening behoeft dus niet te worden onderzocht of wellicht ook gebruik wordt gemaakt van gemeentegrond en of dergelijk gebruik wellicht aanleiding is om gemeentelijke rechten veilig te stellen.

 

Rb Amsterdam 6 november 2019, www.rechtspraak.nl; ECLI:NL:RBAMS:2019:8314

 

Door Rikkert Hoekstra