Actualiteiten

Gunningssystematiek voldoende transparant?

ProRail heeft een aanbestedingsprocedure ingetrokken, omdat de aanbestedingsprocedure ernstige gebreken zou bevatten. De gehanteerde gunningssystematiek zou niet voldoende transparant en eenduidig zijn. Aan de voorzieningenrechter werd de vraag voorgelegd of de gunningssystematiek voldoende transparant was. De voorzieningenrechter oordeelt dat de gunningssystematiek deugt en de procedure geen fundamentele gebreken vertoont.

 

Bij aanbestedingsprocedures staat voorop dat een aanbestedende dienst niet verplicht is om een aanbestedingsprocedure te voltooien en de opdracht te gunnen. Als sprake is van fundamentele gebreken moet een aanbestedende dienst de procedure zelfs afbreken. Als een procedure wordt ingetrokken dan moet de aanbestedende dienst de redenen voor de intrekking kenbaar maken aan de inschrijvers. Een rechter zal deze redenen op haar beurt onderwerpen aan een volle toetsing.

 

Alle voorwaarden en modaliteiten in een aanbestedingsprocedure moeten op duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze zijn geformuleerd. Is dat niet het geval dan kan dat leiden tot favoritisme en willekeur en is niet voldaan aan het transparantiebeginsel. Daar liggen twee redenen aan ten grondslag. Ten eerste dat alle behoorlijk geïnformeerde inschrijvers en normaal oplettende inschrijvers ze op dezelfde wijze kunnen interpreteren. Ten tweede dat de aanbestedende diensten op die manier kunnen nagaan of de inschrijvingen aan de criteria voldoen.

 

Wat was er nu in dit geval aan de hand?

 

ProRail heeft een Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor werkzaamheden ten behoeve van een toegankelijke instap in treinen vanaf perrons.

 

Als gunningscriterium gold de economisch meest voordelige inschrijving. Er kon onder meer een fictieve korting worden behaald met een zogenoemde meerwaardelijst.

 

In de meerwaardelijst moest door inschrijvers worden aangegeven hoe zij invulling gaven aan drie doelstellingen van ProRail. Per doelstelling moesten de inschrijvers drie maatregelen benoemen die zij zouden nemen om bij te dragen aan het realiseren van de doelstellingen. Verder was in de aanbestedingsleidraad opgenomen welke toelichting zij per maatregel moesten geven. Ten slotte was aangegeven aan de hand van welke beoordelingscriteria de score zou worden toegekend: SMART formuleren, prestatie en aantoonbaarheid. Ook deze drie aspecten waren nader uitgewerkt.

 

In de aanbestedingsleidraad was aangegeven wanneer de score ‘uitstekend’, ‘goed’, ‘matig’ of ‘slecht’ zal worden toegekend. De score ‘uitstekend’ zou bijvoorbeeld worden toegekend als alle doelstellingen in verregaande mate werden bereikt door de aangeboden maatregelen. Als de maatregelen SMART zouden zijn geformuleerd en elke doelstelling tenminste één maatregel zou kennen waarvan de effectiviteit van de prestatie gedurende de looptijd van het contract onomstotelijk zou worden aangetoond.

 

Dit lijkt een duidelijk uitgewerkt kader. Een gebruikelijke uitwerking bovendien. Tijdens de procedure bij de rechtbank blijkt de crux vooral te zitten in het feit dat door het beoordelingsteam aan de meerwaardelijst als geheel één score zal worden toegekend. Er zal dus geen score per onderdeel worden toegekend. ProRail stelt daarom dat de gunningssystematiek niet deugt omdat er maar één score wordt toegekend, terwijl er voldoende specifieke beoordelingsaspecten zijn uitgewerkt. Door de toekenning van één score aan het geheel is onvoldoende duidelijk op welke aspecten de inschrijver kon scoren. Voor volstrekt inhoudelijk onvergelijkbare inschrijvingen, kon dezelfde score worden verkregen. De inschrijvingen zijn daardoor door ProRail niet op objectieve wijze te beoordelen, omdat niet kan worden vastgesteld wanneer welke score moet worden toegekend.

 

De voorzieningenrechter deelt deze zorgen van ProRail niet. Zij is van oordeel dat de systematiek in deze zaak voldoende transparant is. Het is voor de inschrijvers voldoende duidelijk wanneer welke score wordt toegekend. Bovendien zijn in de aanbestedingsleidraad voldoende objectieve aanknopingspunten uitgewerkt op basis waarvan het beoordelingsteam de score kan vaststellen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het geheel ook in lijn is met de door ProRail gekozen systematiek. Een systematiek die zij ook heeft gehandhaafd ondanks de vragen die daarover zijn gesteld bij de Nota van Inlichtingen. ProRail kan nu achteraf niet tot een andere conclusie komen.

 

De gunningsbeslissing waarin de procedure is ingetrokken houdt dan ook geen stand. ProRail moet nieuwe gunningsbeslissingen nemen. De vordering om ProRail te verbieden de procedure in te trekken wijst de voorzieningenrechter echter wel af. Een procedure intrekken is een vrijheid die ProRail immers heeft, mits zij goede gronden heeft. De fundamentele gebreken als gevolg van een niet transparante gunningssystematiek is dat in dit geval dus niet.

 

Rb Midden-Nederland 29 januari 2020, www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:RBMNE:2020:285

Door Ingrid van der Hoeven