Actualiteiten

ICT-kosten zijn geen "lasten ter zake" van een omgevingsvergunning

Als een belanghebbende voldoende gemotiveerd stelt dat kosten niet tot de door de gemeente verleende diensten te herleiden zijn en dus niet gelden als “lasten ter zake” zal de heffingsambtenaar nadere inlichtingen moeten verstrekken waaruit het tegengestelde blijkt. In dit geval heeft de heffingsambtenaar niet voldoende weersproken dat overheadkosten van bestuursondersteuning en juridische zaken geen “lasten ter zake” zijn.

 

De bouwkosten van een pluimveestal bedroegen € 420.820,03. Voor de behandeling van de aanvraag omgevingsvergunning werden door de heffingsambtenaar van de Regionale belastingsamenwerking Deventer, Olst-Wijhe en Raalte leges geheven.

 

De aanvrager heeft in hoger beroep onder meer gesteld dat er sprake was van een overschrijding van de opbrengstlimiet. Uit artikel 229b lid 1 van de Gemeentewet (Gemw) volgt dat de legestarieven dusdanig moeten worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de lasten ter zake uitgaan.

 

Het hof heeft er op gewezen dat in gevallen waarin een belanghebbende overschrijding van de opbrengstlimiet aan de orde heeft gesteld en de heffingsambtenaar inzicht in de desbetreffende ramingen heeft verschaft, het verstrekken van nadere inlichtingen uitsluitend van de heffingsambtenaar kan worden verlangd voor zover de belanghebbende voldoende gemotiveerd heeft gesteld, waarom naar haar oordeel voor een of meer bepaalde posten in de raming redelijke twijfel bestaat of sprake is van een “last ter zake”.

 

Volgens de aanvrager zijn de overheadkosten die samenhangen met de bestuursondersteuning en juridische zaken geen “lasten ter zake” in voornoemde zin. Hij heeft inzichtelijk gemaakt dat bijvoorbeeld kosten die gemaakt worden voor een ICT-applicatie voor de WMO als gevolg van de berekeningswijze van de heffingsambtenaar, ook worden toegerekend aan zijn aanvraag omgevingsvergunning.

 

Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat het onder deze omstandigheden op de weg van de heffingsambtenaar lag om nadere inlichtingen te verstrekken. Dat heeft hij volgens het hof in onvoldoende mate gedaan.

 

Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 13 april 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BW1928) heeft het hof de legesverordening jegens belanghebbende in haar geheel onverbindend verklaard en daarmee de legesaanslag vernietigd.

 

Hof Arnhem-Leeuwarden 21 januari 2020, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:466

 

Door Ad Schreijenberg