Actualiteiten

Jeugdhulpvoorziening binnen een straal van 30 km?

Schiet de gemeente tekort in haar verplichting tot het nakomen van de verplichtingen van de Jeugdwet door het niet aanbieden van een jeugdhulpvoorziening binnen een straal van 30 km? Kunnen de ouders van een hulpbehoevend kind een jeugdhulpvoorziening binnen deze straal eisen?

 

De zoon van de ouders heeft ASS en een gedragsstoornis. De groep waar hij eerst behandeld werd en verbleef, heeft aangekondigd de groep te gaan sluiten op 1 augustus 2020. De vervolgplek die de ouders aangeboden kregen, ligt voor hen 100 km verderop. Volgens de ouders is de vervolgplek niet passend, voornamelijk vanwege de afstand en dat zij daardoor niet voldoende bij de behandeling betrokken kunnen worden. De ouders vorderen dat het college van burgemeester en wethouders wordt veroordeeld tot het voorzien van een passend en kwalitatief toereikend zorgaanbod vanaf 1 augustus 2020 en een jeugdhulpvoorziening binnen een straal van 30 km vanaf 1 januari 2021.

 

Het college is verplicht om ouders en een jeugdige die dat nodig hebben passende jeugdhulp te bieden op basis van de Jeugdwet. De gemeente hoeft niet altijd een aanbod van alle mogelijke soorten jeugdhulp in stand te houden. Een gemeente behoeft slechts ondersteuning te bieden. Dat houdt in dat als ouders of een jeugdige hulp nodig hebben (wanneer zij er niet zelf uit kunnen komen), zij deze hulp kunnen krijgen.

 

De rechtbank beslist dat, ondanks dat het wel wenselijk is, het college niet verplicht is om in alle gevallen jeugdhulp binnen de regio te bieden. Met name gespecialiseerde zorg zal niet altijd beschikbaar zijn binnen de regio.

 

Daarnaast mag van de ouders van een hulpbehoevende jeugdige worden verwacht dat zij indien nodig vergaande aanpassingen doen om de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van de jeugdige te dragen. Volgens de rechtbank is de afstand voor de ouders niet zodanig dat dit een wezenlijke belemmering vormt voor de betrokkenheid van de ouders. Ondanks dat het meer inspanning kost voor de ouders, is het niet zo dat dit niet van de ouders gevergd kan worden of dat zij hiertoe niet in staat zijn. De rechtbank beslist daarom dat geen sprake is van een inbreuk op het recht op family life.

 

Verder heeft de gemeente de verplichting om de behoefte aan verschillende soorten van ondersteuning te ramen en ontwikkelingen in de verschillende vormen van ondersteuning bij te houden. Om daaraan te voldoen werkt de gemeente met dertien andere gemeenten samen in het collectief Tijdelijke Werkorganisatie Opdrachtgeverschap Jeugdhulp (TWO). TWO koopt jeugdhulp gezamenlijk in en doet voorafgaand onderzoek naar specifieke zorgbehoefte. Op deze manier voorziet de gemeente in jeugdhulpondersteuning.

Daarnaast heeft het college, vanaf het moment dat de ouders zich tot hem hebben gewend, zich ook daadwerkelijk ingespannen om passend zorgaanbod te vinden voor hen. Uit een memo van de gemeente blijkt dat zij de mogelijkheid heeft onderzocht voor het creëren van een voorziening in de regio en dat zij hier een procesbegeleider voor heeft aangesteld. Volgens de rechtbank voldoet zij dan ook aan bovenstaande verplichting en is er geen ruimte voor een veroordeling van de gemeente.

 

Het kan ook anders uitpakken voor de gemeente indien zij geen initiatief neemt om de omvang van de zorgvraag te onderzoeken. In  een soortgelijke zaak over een-passend-zorgaanbod-voor-een-jeugdige oordeelde de rechter dat de gemeente tekort was geschoten in de op haar rustende verplichting om te voorzien in een passend zorgaanbod. Dat de gemeente met een paar zorgaanbieders heeft overlegd en ervan uitging dat geen behoefte was aan zorgaanbod was onvoldoende.

 

Het is dus van belang voor de gemeente om proactief de zorgvraag te onderzoeken in de regio, wanneer zij een aanvraag krijgt met betrekking tot het vinden van en/of voorzien in passend zorgaanbod.

 

Rb. Den Haag 5 augustus 2020, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBDHA:2020:7321

 

Door Romana Soekarnsingh