Actualiteiten

Politiek primaat

De ondernemingsraad van de gemeente Maastricht heeft beroep ingesteld bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders  van deze gemeente om de plannen voor een Shared Service Center door te zetten. Dit Shared Service Center wordt ondergebracht in een reeds tot stand gekomen gemeenschappelijke regeling van de gemeenten Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen en zal zich gaan bezighouden met diverse taken op het terrein van bedrijfsvoering. De ondernemingsraden van de deelnemende gemeenten zijn sedert 2012 intensief betrokken bij de vorming en inrichting van het Shared Service Center. De ondernemingsraadvan de gemeente Maastricht acht het evenwel niet langer in het belang van de gemeente Maastricht dat deze inspanningen worden voortgezet. Het college heeft  het negatieve advies van de ondernemingsraad naast zich neergelegd.

 

In artikel 46d aanhef en sub b van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) is bepaald dat ten aanzien van een onderneming waarin (nagenoeg) uitsluitend krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht, zoals de gemeente Maastricht, de publiekrechtelijke vaststelling van taken van publiekrechtelijke lichamen en onderdelen daarvan, het beleid en de uitvoering van die taken niet worden gerekend tot aangelegenheden die de onderneming betreffen. Deze hoofdregel lijdt uitzondering voor zover het betreft de gevolgen daarvan voor de werkzaamheden van de in de onderneming werkzame personen. Deze bepaling, ook wel bekend als het “politiek primaat”, heeft tot doel om besluiten van democratisch gecontroleerde organen te onttrekken aan het adviesrecht van de ondernemingsraad en om hiermee te voorkomen dat besluiten van deze organen in het kader van het beroepsrecht ingevolge de WOR in aanmerking komen voor toetsing door de rechter (zie o.a. het arrest van de Hoge Raad van 8 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1139). De ondernemingsraad heeft zich op het standpunt gesteld dat de gemeente Maastricht het recht heeft verwerkt om zich op het primaat van de politiek te beroepen, waardoor dit recht is vervallen, omdat de gemeente dit standpunt pas heeft ingenomen in haar verweerschrift en niet al in het besluit van het college waartegen de ondernemingsraad de procedure is begonnen. De Ondernemingskamer echter verwerpt het beroep op rechtsverwerking, omdat zij zich ambtshalve ervan dient te vergewissen of het besluit van het college ingevolge artikel 46d aanhef en sub b WOR aan medezeggenschap is onttrokken (vgl. Ondernemingskamer 19 november 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4890). Bovendien is gesteld noch gebleken (a) dat de ondernemingsraad enig nadeel heeft ondervonden doordat de gemeente zich niet eerder uitdrukkelijk op dit standpunt heeft gesteld en (b) dat de gemeente in het besluit van het college of op enig ander moment tijdens het adviestraject de ondernemingsraad heeft voorgehouden dat hij beroep zou kunnen instellen tegen het besluit van de gemeente om door te gaan met de vorming van het Shared Service Center. De Ondernemingskamer neemt in zoverre een uitzondering op artikel 32 lid 4 van de WOR aan. Op basis van artikel 32 lid 4 van de WOR kan een ondernemingsraad een recht op advies of instemming worden verleend over andere voorgenomen besluiten dan die genoemd in de artikelen 25 en 27 van de WOR. Deze bepaling geldt dus niet voor onderwerpen die onder het politiek primaat van artikel 46d aanhef en sub b van de WOR vallen.

 

Tegen het besluit van het college om de ontwikkeling van het Shared Service Center voort te zetten heeft de ondernemingsraad onder meer aangevoerd dat harmonisatie en standaardisatie van de bedrijfsvoering nadelen heeft voor het personeel en naar verwachting zal leiden tot een hoog verloop onder getalenteerde medewerkers. Volgens de ondernemingsraad is dit besluit in strijd met artikel 25 lid 3 WOR omdat er onvoldoende zicht is op de personele gevolgen en de met het oog daarop te treffen maatregelen. Tot slot is er geen althans te weinig draagvlak onder het personeel en is dat aspect in het besluit onvoldoende meegewogen, aldus de ondernemingsraad. De Ondernemingskamer veegt deze argumenten echter van tafel. Voor zover deze bezwaren worden opgeworpen in het kader van de afweging van voor- en nadelen van deelname van de gemeente Maastricht aan het Shared Service Center, worden zij niet getoetst vanwege het politiek primaat. Voor zover de ondernemingsraad bedoeld heeft dat de personele gevolgen onvoldoende zijn geregeld, verwerpt de Ondernemingskamerdit bezwaar omdat tussen ondernemingsraad en WOR-bestuurder is afgesproken en door het college ook is toegezegd dat met de uitvoering van het besluit over het Shared Service Center zal worden gewacht totdat de ondernemingsraad in de gelegenheid zal zijn geweest om te adviseren over de personele gevolgen.

 

Ondernemingskamer Gerechtshof Amsterdam 20 oktober 2017: ECLI:NL:GHAMS:2017:4257

 

Door Bas de Moor