Actualiteiten

Rekenplichtig ambtenaar

De kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland heeft het ontslag op staande voet dat een ambtenaar had gehad wegens onvoldoende controle op facturen niet rechtsgeldig verklaard.

Ambtenaren die uit hoofde van hun functie uitgaven doen voor rekening van het overheidslichaam, gelden ontvangen of gelden beheren, worden ‘rekenplichtige’ ambtenaren genoemd. Niet alleen het hoofd financiën en de financieel controller vallen onder het begrip ‘rekenplichtige ambtenaar’, maar in feite alle ambtenaren met tekenbevoegdheid, baliemedewerkers, ontvangers van belastingen e.d. Voor rekenplichtige ambtenaren gold op grond van hun ambtelijke rechtspositieregelingen (bijvoorbeeld artikel 15:1:13 van de CAR-UWO) de verplichting tot het aanzuiveren van kastekorten. Van die verplichting werd de rekenplichtige ambtenaar alleen ontslagen als hij kon aantonen dat hij het geld nauwkeurig had beheerd en de voorgeschreven procedures had gevolgd. Sinds de ‘normalisering’ van de ambtelijke rechtspositie geldt in dit verband het algemene artikel 7:661 BW. Volgens deze bepaling is de werknemer, en dat geldt dus ook voor de ‘genormaliseerde’ ambtenaar, gehouden tot vergoeding van de schade die hij de werkgever toebrengt als er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. De werknemer kan uiteraard ook ontslagen worden, als daar een voldragen ontslaggrond voor aanwezig is.  

De zaak die speelde bij de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland ging over een Programmamanager bij het domein Informatisering & Automatisering van een gemeenschappelijke regeling van enkele gemeenten. Per 1 januari 2020 trad een nieuwe domeinmanager aan, bij wie het vermoeden ontstond van onregelmatigheden bij de facturering door een externe projectleider. Daarnaast zette de domeinmanager vraagtekens bij de controle door de Programmamanager op het project en bij zijn contacten met de externe projectleider. Er volgde een onderzoek door een bedrijfsrecherchebureau, waarna de werkgever de Programmamanager meedeelde voornemens te zijn om hem ontslag op staande voet te geven omdat hij met zijn handelwijze de kans heeft vergroot en aanvaard dat de externe projectleider daarvan misbruik zou maken. De Programmamanager gaf te kennen dat hij de geuite vermoedens kon weerleggen als hij toegang zou krijgen tot zijn zakelijke emailaccount, agenda en relevante financiële stukken. Werkgever heeft geen gehoor gegeven aan dit verzoek, en heeft de Programmamanager ontslag op staande voet gegeven.

De kantonrechter is met werkgever eens dat de wijze waarop de controle op de facturatie op het project was ingericht, onvoldoende is geweest. Er staan gewerkte uren van ingehuurde personen op de facturen vermeld, terwijl deze personen op dat moment niet ten behoeve van werkgever hebben gewerkt. Ook staat vast dat er facturen zijn afgetekend waarbij geen urenverantwoordingen zaten en dat het aantal uren dat door de externe projectleider op sommige facturen is gedeclareerd op zijn minst vraagtekens moet hebben opgeroepen. De gedragingen van de Programmamanager leveren volgens de kantonrechter echter geen dringende reden voor ontslag op staande voet op. Zo was de samenwerking met de externe projectleider al ingericht voordat de Programmamanager aantrad. Ook is niet vastgesteld dat de Programmamanager wetenschap heeft gehad van de onjuiste facturen, en al helemaal niet dat de Programmamanager met de externe projectleider onder één hoedje speelde (waar werkgever hem wèl van verdacht). Tenslotte staat vast dat de Programmamanager zichzelf niet heeft bevoordeeld, dat er geen sprake is geweest van een budgetoverschrijding, dat de overeengekomen prestaties door de externe projectleider zijn geleverd (hoewel de verantwoording niet in overeenstemming met de werkelijkheid was) en dat de werkgever dus geen daadwerkelijke financiële schade heeft geleden. Er heeft wel degelijk controle plaatsgevonden en de Programmamanager heeft signalen opgepakt, waarmee hij aan zijn kerntaken, te weten de voortgang van het project en het budget te bewaken, heeft voldaan.

De kantonrechter is ook van oordeel dat de werkgever procedurele steken heeft laten vallen. Zo was de onderzoeksperiode van drie maanden erg lang om nog aan de onverwijldheid van een ontslag op staande voet te voldoen. Betrokkene is niet deugdelijk gehoord alvorens tot ontslag is besloten. Het bedrijfsrecherchebureau is ingeschakeld zonder de Programmamanager daarover te informeren. Hoewel het onderzoek van dit bureau geen bewijs tegen verzoeker had opgeleverd, heeft werkgever aangifte van fraude tegen hem gedaan, waarover berichten zijn verschenen in de pers. Werkgever heeft de Programmamanager geen inzage verschaft en het de Programmamanager vrijwel onmogelijk gemaakt om op de aantijgingen te reageren. De kantonrechter vindt dit onzorgvuldig en beschadigend voor verzoeker.

Nu geen sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet, staat vast dat er onregelmatig is opgezegd. De Programmamanager komt daarom in aanmerking voor een schadevergoeding gelijk aan het loon over de opzegtermijn die bij een rechtsgeldige opzegging in acht had moeten worden genomen. Ook ontvangt de Programmamanager een zgn. ‘billijke vergoeding’, waarbij de kantonrechter de gezichtspunten van de zaken New Hairstyle (HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187) en Zinzia (HR 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:857) toepast. Het gaat hierbij onder meer om de mate van verwijtbaarheid van de werkgever en de (inkomens-)schade van werknemer. De kantonrechter vindt een billijke vergoeding van € 30.000,- bruto passend. Immateriële schadevergoeding wordt afgewezen maar werkgever moet de Programmamanager wel rehabiliteren door ‘interne’ mededeling aan het personeel en een mededeling aan de deelnemende gemeentebesturen.

De Programmamanager heeft bij de kantonrechter geen wedertewerkstelling gevorderd. Dit heeft er mogelijk mee te maken gehad dat hij de pensioengerechtigde leeftijd al was gepasseerd, maar wellicht is de reden dat hij het bij deze werkgever wel gezien heeft….

Ktr. Rb Noord-Holland 26 oktober 2020, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBNHO:2020:8982

 

Door Bas de Moor