Actualiteiten

Sluiten zonder waarschuwen, niet alleen in het grensgebied?

De Afdeling heeft in een uitspraak van 12 december 2018 overwogen dat Damoclesbeleid dat voorziet in een sluiting van lokalen bij een eerste constatering van overtreding van de Opiumwet niet onredelijk is. Dit gelet op de toenemende overlast van drugs in gemeenten, met name in het grensgebied. Maar niet beperkt daartoe, zo lijkt het.

 

Uit de wetsgeschiedenis van artikel 13b van de Opiumwet (Kamerstukken II 2005/2006, 30 515, nr. 3, p. 8, en Kamerstukken II 2006/2007, 30 515, nr. 6, p. 1 en 2) blijkt dat bij een eerste overtreding in beginsel niet direct tot sluiting van de woning moet worden overgegaan, maar moet worden volstaan met een waarschuwing of een soortgelijke maatregel. Van dit uitgangspunt mag in ernstige gevallen worden afgeweken.

 

Uit het beleid zal een dergelijke werkwijze moeten blijken. Er zal in individuele besluiten gemotiveerd moeten worden waarom in dat concrete geval niet met een waarschuwing kon worden volstaan (vgl. ECLI:NL:RVS:2014:3941, r.o. 7).

 

De Afdeling hanteert sinds 30 juli 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:2859) de  lijn dat er in het grensgebied een uitzondering op dit uitgangspunt geldt. Overwogen werd in die uitspraak dat de burgemeester van Maastricht, gelet op de bijzondere positie van die gemeente als grensgemeente, in redelijkheid het beleid kon voeren dat hij een woning in beginsel sluit wanneer meer dan een gebruikershoeveelheid softdrugs in een woning wordt aangetroffen. Iets later, op 5 november 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3941) heeft de Afdeling overwogen dat de gemeente Rotterdam zich niet op die uitzondering kon beroepen.

 

Ook uit recente uitspraken blijkt dat de grensgemeenten een uitzondering waren: alleen daar mocht de burgemeester het beleid voeren dat hij in beginsel een woning of lokaal sluit. In een uitspraak van 14 november 2018 werd overwogen:

 

“Er bestaat, gelet op de bijzondere positie die de gemeente Venlo inneemt bij het uitvoeren van de Opiumwet, geen aanleiding het door de burgemeester gevoerde beleid op dit punt onredelijk te achten. Vergelijk de uitspraak van 10 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:55.”

 

Met de uitspraak van 12 december 2018 lijkt de deur open te staan voor alle burgemeesters om een beleid te voeren dat woningen of lokalen in beginsel worden gesloten bij het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs. De Afdeling heeft overwogen:

 

“Gezien de toenemende overlast van drugs in gemeenten, met name in het grensgebied, bestaat er, zoals de rechtbank terecht heeft geoordeeld, geen aanleiding het door de burgemeester gevoerde beleid op dit punt onredelijk te achten.”

 

Er wordt niet (langer) gewezen op de bijzondere positie van de gemeente (Gilze-Rijen in dit geval), maar op de toenemende overlast van drugs in gemeenten. Het feit dat die problematiek zich met name in het grensgebied voordoet, lijkt er niet aan in de weg te staan dat ook andere gemeenten het beleid voeren dat tot voor kort alleen aan de grensgemeenten was voorbehouden.

 

ABRvS 12 december 2018, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2018:4036

 

Door Ad Schreijenberg