Actualiteiten

SyRI-wetgeving onrechtmatig

Al geruime tijd worden er kritische kanttekeningen geplaatst bij het gebruik van Systeem Risicoindicatie (SyRI), het fraudesysteem van de overheid. Voor het eerst heeft een rechter zich uitgelaten over het gebruik van dit overheidssysteem. Volgens rechtbank Den Haag vormt het gebruik van SyRI een te grote inbreuk op de privacy van burgers. De wetgeving over de inzet van SyRI is ‘onrechtmatig want in strijd met hoger recht.’

 

Wat is SyRI?

SyRI is een wettelijk instrument dat de overheid gebruikt ter voorkoming en bestrijding van fraude op het terrein van de sociale zekerheid en inkomensafhankelijke regelingen, de belasting- en premieheffing en de arbeidswetten. Het gaat volgens de wetgever om technische infrastructuur en de bijbehorende procedures, waarmee in een beveiligde omgeving anoniem data kunnen worden gekoppeld en geanalyseerd, zodat risicomeldingen kunnen worden gegenereerd. Een risicomelding betekent dat een rechtspersoon of natuurlijke persoon onderzoekswaardig wordt geacht in verband met mogelijke fraude, onrechtmatig gebruik en niet-naleving van wetgeving. Het instrument wordt ingezet door de colleges van burgemeester en wethouders, het UWV, de SVB, de Belastingdienst, de IND en toezichthouders, zoals de Inspectie SZW. Die instanties kunnen een samenwerkingsverband aangaan waarin zij gegevens uitwisselen. Met de inzet van SyRI worden bestanden waarover die (overheids)instanties beschikken gestructureerd gekoppeld om samenhangende misstanden op de genoemde terreinen te kunnen onderkennen en om de pakkans te verhogen.

 

De procedure

Een aantal maatschappelijke organisaties, waaronder het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), en twee burgers hebben deze procedure tegen de Staat aangespannen. De FNV heeft zich aan de zijde van eisers gevoegd. Eisers vinden dat de overheid met de inzet van SyRI een ontoelaatbare inbreuk maakt op mensenrechten. De Staat heeft naar voren gebracht dat de SyRI-wetgeving voldoende waarborgen bevat om de privacy van eenieder te beschermen. Volgens de wetgever leidt deze werkwijze tot een efficiënte en effectieve inzet van het controleapparaat.


Volgens de rechtbank is de SyRI-wetgeving in strijd met artikel 8 van het EVRM; het recht op respect voor het privéleven. De SyRI-wetgeving mist een ‘fair balance’ (een redelijke verhouding) tussen het maatschappelijk belang dat de wetgeving dient en de inbreuk op het privéleven die de wetgeving maakt. De rechtbank heeft de doelen van de SyRI-wetgeving, namelijk het voorkomen en bestrijden van fraude in het belang van het economisch welzijn, afgezet tegen de inbreuk op het privéleven die de wetgeving maakt. De wetgeving is wat betreft de inzet van SyRI onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar. De SyRI-wetgeving biedt onvoldoende inzicht in hoe de grote hoeveelheden data gebruikt worden om tot een hoger frauderisico-profiel te komen, aldus de rechtbank.


Tot slot

Een goede balans vinden tussen privacy van burgers en de macht van de overheid blijkt geen makkelijke taak. Denk bijvoorbeeld ook aan het recente toeslagenschandaal bij de Belastingdienst. SyRI wordt lang niet (meer) door alle overheidsorganen gebruikt. Men doet er goed aan door naar de alternatieven te kijken, zoals controles en onderzoeken op basis van reeds aanwezige signalen.

 

Rb Den Haag 05 februari 2020, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBDHA:2020:865

 

Door Najima Khan