Actualiteiten

Tuincentrum of growshop?

Sinds 1 januari 2019 is de sluitingsbevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet verruimd. De burgemeester heeft sindsdien ook de mogelijkheid om een pand te sluiten als er duidelijke aanwijzingen zijn dat het pand in gebruik is voor drugscriminaliteit (strafbare voorbereidingshandelingen). Een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 23 september 2019 heeft betrekking op een dergelijke sluiting.

 

Tijdens een controle in een tuincentrum werd een veelheid aan voorworpen aangetroffen, waaronder koolstoffilters, handmatige knopmachines en assimilatielampen. De hoeveelheid, de aard en de onderlinge combinatie van de voorwerpen maakten het volgens de burgemeester aannemelijk dat deze voorwerpen bestemd waren voor de grootschalige of bedrijfsmatige hennepteelt. Daarbij kwam dat het tuincentrum vrijwel alleen dit soort voorwerpen verkocht en dat bezoekers van het tuincentrum in aanraking met de politie zijn geweest vanwege de Opiumwet. Reden voor de burgemeester om het pand te sluiten.

 

In beroep wordt door de eigenaar van het tuincentrum aangevoerd dat er geen sprake was van strafbare voorbereidingshandelingen. De aangetroffen voorwerpen kunnen voor allerlei doeleinden gebruikt worden. De huurder van het tuincentrum nam een vergelijkbaar standpunt in.

 

De voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant zag zich in deze zaak voor de vraag gesteld of ten aanzien van de overtreders het bestaan kon worden aangenomen van een ernstig vermoeden dat de voorwerpen bestemd waren voor het plegen van een van de in artikel 11 lid 3 van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.

 

De voorzieningenrechter heeft in dat kader onder meer overwogen:

 

“Niet aannemelijk is dat een tuincentrum dat geen dierenafdeling heeft, wel koolstoffilters zou verkopen, enkel en alleen voor hondenkennels. Dat de handmatige knipmachines zouden worden verkocht voor het snijden van kruiden is evenmin aannemelijk, nu de particuliere klant over het algemeen geen dusdanig grote hoeveelheden kruiden te snijden heeft dat je daar een handmatige knipmachine van deze afmetingen voor aanschaft. In hennepkwekerijen worden deze handmatige knipmachines wel veelvuldig gebruikt. Wat de slakkenhuisventilator gemonteerd in de softbox - waarvan de voorzieningenrechter ambtshalve bekend is dat ook deze combinatie een specifieke toepassing heeft in de hennepteelt - betreft, overweegt de voorzieningenrechter dat het onaannemelijk is dat deze onderdeel zou uitmaken van de houtbewerkingsmachine, terwijl de slakkenhuisventilator zich nog in de loods bevond en de houtbewerkingsmachine elders in gebruik zou zijn. Daarnaast is niet eerder gesteld, noch gebleken dat in het tuincentrum eigen gemaakte houten tuinmeubelen werden verkocht.”

 

Uit deze uitspraak blijkt, en dat wordt door de voorzieningenrechter ook benadrukt, dat het erom gaat of op grond van de feitelijke omstandigheden gezegd kan worden dat de voorwerpen aanleiding geven om het ernstige vermoeden aan te nemen. De burgemeester zal feitelijke omstandigheden moeten aandragen die deze stelling ondersteunen. In dit geval is de burgemeester daarin geslaagd. De voorzieningenrechter heeft het beroep ongegrond verklaard en de sluiting van het tuincentrum voor 12 maanden in stand gelaten.

 

Rb Zeeland-West-Brabant 23 september 2019, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBZWB:2019:4152

 

Door Ad Schreijenberg