Actualiteiten

Verjaring …

Inwoners van de gemeente Bergen hebben een stuk gemeentegrond met een oppervlakte van circa 60m2 bij hun tuin getrokken door dit met gaas en een hekje te omsluiten. De gemeente claimt haar eigendom terug, maar de inwoners beroepen zich op verjaring.

 

De rechtbank heeft overwogen dat de inwoners door verjaring de eigendom van de strook grond hebben verworven, maar dat zij daardoor jegens de gemeente onrechtmatig hebben gehandeld. Zij hebben te kwader trouw inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de gemeente. De gemeente vordert op basis daarvan dat de strook grond aan haar wordt terug geleverd, maar die vordering wordt door de rechtbank afgewezen omdat de gemeente daartegen pas laattijdig is opgetreden. Daarom is het ook de eigen schuld van de gemeente en kan zij de schade niet volledig terug claimen. Daarom wordt de gevorderde schadevergoeding in natura door de grond terug te leveren, afgewezen. De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten, mede omdat de gemeente niet een subsidiair vordering tot vergoeding in geld had ingesteld.

 

De gemeente gaat in hoger beroep bij het Hof in Amsterdam. Het Hof overweegt dat de Hoge Raad in zijn arrest van 24 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:309) onder meer heeft overwogen dat aan de partij tegen wie de verjaring liep, dus de gemeente, in de regel niet bij wijze van eigen schuld of ten betoge dat causaal verband ontbreekt kan worden tegengeworpen dat deze heeft nagelaten regelmatig onderzoek te doen of wellicht iemand zijn grond onrechtmatig in bezig had genomen. Een periodieke controle op bezitsinbreuken kan niet worden verlangd als daarvoor geen concrete aanleiding bestaat. De omstandigheid dat de betreffende inwoners net als hun buren een niet onaanzienlijk deel van de gemeentelijke groenvoorziening bij hun tuin hadden getrokken en de aangrenzende, resterende gemeentelijke groenvoorziening wel steeds door gemeenteambtenaren werd onderhouden, kan niet worden aangemerkt als een concrete aanleiding om periodiek onderzoek te doen naar bezitsinbreuk.

 

Enigszins curieus is dat de gemeente weliswaar in 2014 met een operatie “snippergroen” is begonnen, maar dat de heer X, een medewerker van de gemeente al wel eerder van de inbezitneming op de hoogte was. De gemeente heeft zich daartegen verweerd met de stelling dat deze medewerker niet behoort tot het college van Burgemeester en Wethouders of een ander bestuursorgaan. Daarom betoogde zij dat de kennis van deze medewerker X niet aan haar kon worden toegerekend. Dat vormt mede de achtergrond, aldus het Hof, voor het oordeel dat aan de gemeente geen eigen schuld kan worden tegengeworpen. Dat is enigszins curieus, omdat dergelijke wetenschap vrij snel aan de gemeente als rechtspersoon pleegt te worden toegerekend.

 

De bewoners worden veroordeeld in de proceskosten van het geding in eerste aanleg en hoger beroep.

 

Door dit arrest wordt goed geïllustreerd op welke wij het arrest van de Hoge Raad van 24 februari 2017 moet worden toegepast.

 

Hof Amsterdam 30 juli 2019, www.rechtspraak.nl; ECLI:NL:GHAMS:2019:2817

 

Door Rikkert Hoekstra