Actualiteiten

Vuurwerkverslaafd

De burgemeester heeft volgens de voorzieningenrechter niet aannemelijk gemaakt dat, de sluiting van een woning wegens het aantreffen van illegaal vuurwerk noodzakelijk is om een einde te maken aan de verstoring van de openbare orde en dat, er geen minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren.

Artikel 174a van de Gemeentewet (Gemw) wordt niet vaak van stal gehaald. Het is dan ook slechts mogelijk om er toepassing aan te geven in situaties waarin sprake is van overlast, waardoor de veiligheid en gezondheid van mensen in de omgeving van de woning in ernstige mate worden bedreigd. Het moet dan volgens de wetgever gaan om overlast die maatschappelijk onaanvaardbare vormen heeft aangenomen en die niet met andere, minder ingrijpende middelen kan worden bestreden. De toenmalige minister van Binnenlandse Zaken heeft op 16 april 1997 op aandrang van de Eerste Kamer een circulaire aan alle burgemeesters gestuurd, waarin werd toegelicht dat de verstoring van de openbare orde waar het artikel op ziet cumulatief een ernstige aantasting van de veiligheid en de gezondheid moet inhouden voor de omgeving van de woning.

In een uitspraak van de Afdeling van 1 december 2010 (ECLI:NL:RVS:2010:BO5718) heeft de Afdeling overwogen dat op zichzelf niet ernstige incidenten tezamen de sluiting van een woning niet kunnen rechtvaardigen. De gedragingen dienen dus cumulatief een ernstige aantasting van de veiligheid en de gezondheid in te houden, maar moeten ook op zichzelf ernstig zijn. Ook uit een uitspraak van de Afdeling van 6 juni 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1836) blijkt dat er sprake moet zijn van verschillende soorten ernstige overlast die zich met grote regelmaat en langdurig voordoen.

In de zaak die leidde tot de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 28 januari 2021 had de burgemeester van Vught op grond van artikel 174a Gemw een woning gesloten, omdat er grote hoeveelheden zwaar en illegaal vuurwerk werden aangetroffen. De voorzieningenrechter komt in de eerste plaats tot de, zeker onder verwijzing naar de uitspraak van 6 juni 2018, twijfelachtige conclusie dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten wegens het eenmalig aantreffen van de grote hoeveelheid vuurwerk (hoewel er blijkens r.o. 20 wel sprake schijnt te zijn geweest van een eerder incident in 2008).

De voorzieningenrechter heeft vervolgens de vraag of de sluiting noodzakelijk is voor het herstel van de openbare orde echter ontkennend beantwoord. Een sluiting vanwege vuurwerk heeft immers niet, zoals een sluiting wegens het aantreffen van drugs, het doel om de loop naar het pand te doorbreken. Ook staat vast dat er geen vuurwerk meer in de woning aanwezig is en dat de overtreder tijdens de jaarwisseling in detentie zat. Als klap op de vuurpijl heeft de overtreder aangegeven dat hij geen vuurwerk meer zal afsteken en in gesprek zal gaan met een psycholoog om te kijken of hij wellicht vuurwerkverslaafd is.

Tegen die achtergrond heeft de burgemeester volgens de voorzieningenrechter onvoldoende gemotiveerd waarom niet met minder ingrijpende maatregelen dan een sluiting kon worden volstaan.

Vzr. Rb Oost-Brabant 28 januari 2021, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBOBR:2021:374

 

Door Ad Schreijenberg