Home

Corona veelgestelde vragen

Veelgestelde juridische vragen

 

1. Heeft de sluiting van de Rechtspraak gevolgen voor mijn lopende zaak?

 

De rechtspraak heeft besloten dat vanaf 17 maart 2020 de rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges te sluiten. Alleen urgente zaken zullen doorgaan. U kunt bellen naar uw advocaat met de vraag of uw zaak in de categorie “urgente zaken” valt.

 

Schriftelijke procedures gaan waarschijnlijk wel gewoon door. Dit betekent dat zittingen kunnen worden uitgesteld, maar dat het indienen van schriftelijke (processtukken) wel mogelijk blijft. De rechtspraak zal uitspraken blijven doen. U dient er wel rekening mee te houden dat de maatregelen vertraging bij de rechtspraak teweeg kan brengen.

 

2. Wat is de juridische grondslag voor de overheidsmaatregelen?

 

Op aanwijzing van de minister voor Medische Zorg en Sport hebben de voorzitters van de veiligheidsregio’s maatregelen genomen. De grondslagen voor die maatregelen verschillen. In de meeste veiligheidsregio’s is een noodverordening ingesteld op grond van artikel 39 van de Wet veiligheidsregio’s en artikel 176 van de Gemeentewet (artikel 174 en 175 van de Gemeentewet worden in sommige regio’s ook genoemd). Tegen een noodverordening staat op grond van artikel 8:2 onderdeel a Awb geen bestuursrechtelijk rechtsmiddel open. Aangenomen moet worden dat de uitvoering van een noodverordening niet door middel van bestuursdwang kan worden gehandhaafd. Deze bevoegdheid, die de burgemeester op grond van artikel 125 van de Gemeentewet bij de uitvoering van een noodverordening heeft, heeft de voorzitter van de veiligheidsregio (hoewel ook een burgemeester) op grond van artikel 39 lid 1 van de Wet veiligheidsregio’s niet. Strafrechtelijk kan wel worden gehandhaafd: de overtreding van een noodverordening is strafbaar gesteld in artikel 443 Sr.

 

3. Contractuele verplichtingen en het corona virus

 

Mogen contractuele verplichtingen – al dan niet tijdelijk - terzijde worden geschoven, worden opgeschort of worden gewijzigd vanwege (maatregelen met betrekking tot) het corona virus?

 

Het antwoord op die vraag hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Zo zal allereerst moeten worden gekeken naar wat partijen hierover in hun contract en/of algemene voorwaarden hebben afgesproken. Ook is van belang om te bepalen in hoeverre de contractuele verplichtingen daadwerkelijk niet meer nagekomen kunnen worden; gaat het om niet kúnnen of niet wíllen nakomen?

 

Een juiste analyse van uw situatie is essentieel omdat een onterecht beroep op overmacht kan leiden tot aansprakelijkheid en een verplichting tot schadevergoeding. Daarnaast is het mogelijk dat de schuldenaar bij een terecht beroep op overmacht ook schadeplichtig is wegens ongerechtvaardigde verrijking.

 

Wilt u weten wat de gevolgen van de (maatregelen met betrekking tot) het corona virus voor de tussen u en uw contractspartij afgesproken verplichtingen kunnen zijn, neem dan contact op met René de Groot via 0651754753 of Jantien van Hoeve via 0118 65 60 87.

 

4. Wat als u een georganiseerd evenement moet afgelasten?

 

Het is belangrijk dat u eerst de gesloten overeenkomsten voor het evenement nagaat. Als in de overeenkomsten een regeling is opgenomen inzake overmachtssituaties, dan is de contractuele regeling leidend. Als het volgen van de contractuele bepaling veel schade oplevert, neemt u dan contact op met Martin van der Bent of Jantien van Hoeve. Wij kunnen voor u beoordelen of er een juridische uitweg mogelijk is. 

 

5. Opvang kinderen

 

Nu scholen en kinderopvangorganisaties gesloten zijn dienen ouders - in ieder geval tot 6 april 2020 - een oplossing te vinden voor het combineren van hun werk en de opvang van hun kinderen. Dat is al een lastige opgave en het wordt nog lastiger als sprake is van gescheiden ouders en/of samengestelde gezinnen. Daar komt nog bij dat de scholen ‘onderwijs op afstand’ zullen gaan aanbieden, zodat van de ouders hierin een bijdrage zal worden verwacht. In de meeste situaties is sprake van gezamenlijk gezag, zodat het besmettingsrisico en ‘opvangprobleem’ beide ouders aangaat. Voor gescheiden ouders en samengestelde gezinnen levert de huidige situatie een extra uitdagingen op met betrekking tot de communicatie en de mogelijkheden om de kinderen op te vangen en begeleiding te bieden. Tevens dienen ouders gezamenlijk na te denken over het besmettingsrisico dat de kinderen en/of zijzelf lopen door de zorgregeling en of dit, mede gelet op de eventuele cruciale beroepen van de ouders. Het lukt helaas niet in alle gevallen om hier zelf uit te komen en de inzet van (vrijwillige) hulpverlening is op dit moment ook lastig. Wij dringen bij ouders er dan ook op aan om begrip te hebben voor elkaars situatie en zich flexibel op te stellen.

 

Indien dit problemen leidt, dan adviseren wij u hierover contact te hebben met de school en/of kinderopvangorganisatie van uw kind. Mocht ook dat geen soelaas bieden, dan zijn wij graag bereid om u hierin bij te staan. Omdat ook wij ter beperking van besmettingsgevaar vooral thuis werkzaam zijn, verzoeken wij u contact op te nemen per e-mail (aabroekman@avdw.nl en epoppe@avdw.nl) of telefonisch via het algemene nummer van ons kantoor (0118-656060), waarna u met een van ons doorverbonden zult worden.

 

Voor de gevolgen van het voorgaande voor de verhouding met uw werkgever, verwijzen wij u graag naar de informatie onder het kopje ‘arbeidsrecht’.

 

6. Mag u preventieve detectiemaatregelen tegen het coronavirus (koortsscanners) inzetten?

 

Werkgevers stellen ons de vraag of zij tegen het coronavirus preventieve detectiemaatregelen mogen inzetten. Het verzamelen en verwerken van medische data van werknemers is onder de huidige wetgeving niet toegestaan. Dit wordt bevestigd door de Autoriteit Persoonsgegevens. Als er bijzondere omstandigheden zijn, dan valt te betogen dat hierop een uitzondering mogelijk is. Of er sprake is van een uitzondering is onder meer afhankelijk van de branche waarin u werkzaam bent, de risico’s die meespelen, de overige afwegingen van de werkgever etc. Vindt u dat u een goede reden heeft en twijfelt u over het inzetten van een preventief detectiemiddel? Bel ons gerust: 0118 65 60 15.

 

7. Mag ik mijn werknemers verplichten thuis te werken?

 

Ja, dat mag. Uiteraard kan dit alleen als de aard van de functie thuiswerken mogelijk maakt. Verder moet u als werkgever zorgen dat de werknemer beschikt over de benodigde middelen om thuis te kunnen werken, zoals een laptop. Tevens bent u als werkgever verplicht ervoor te zorgen dat de thuiswerkplek Arbo-verantwoord is.

 

8. Moet ik het loon van mijn werknemer doorbetalen als hij of zij de kinderen moet opvangen nu de scholen gesloten zijn?

 

Op grond van de wet Arbeid en Zorg kan een werknemer aanspraak maken op calamiteitenverlof. Dit verlof is bedoeld voor onvoorziene, acute situaties en het loon moet volledig worden doorbetaald gedurende deze periode. Het sluiten van de scholen kan een reden zijn voor een werknemer om één à twee dagen calamiteitenverlof te krijgen. De werknemer moet dan in die dagen een oplossing vinden voor langere termijn, eventueel in overleg met u als werkgever. De werknemer kan bijvoorbeeld na het calamiteitenverlof, in overleg met u, beslissen om vakantiedagen op te nemen om op de kinderen te passen. Of de werknemer heeft na twee dagen toch een oppas kunnen vinden waardoor hij of zij gewoon weer kan komen werken.

 

Hebt u hier meer vragen over? Neem dan contact op met onze juridische helpdesk, sectie arbeidsrecht (0118 65 60 15).

 

9. Wat is het Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) en wat zijn de voorwaarden?

 

Het NOW vervangt de Regeling werktijdverkorting (WTV).  Inmiddels is het aanvragen van WTV niet meer mogelijk en bestaande WTV-aanvragen worden nu behandeld alsof het NOW-aanvragen zijn. Bovendien staat de tegemoetkoming van het NOW volledig los van WW-uitkeringen: de WW-rechten van een werknemer worden dus niet aangetast door het NOW.

 

Het NOW ziet op het tegemoetkomen van werkgevers die tenminste 20% omzetverlies verwachten of al lijden vanaf 1 maart 2020. Het NOW biedt deze werkgevers een tegemoetkoming in de loonkosten tot maximaal 90%. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de terugval in omzet. Deze tegemoetkoming duurt eerst drie maanden, die eenmalig verlengd kan worden met nog eens drie maanden.

 

Een werkgever ontvangt de tegemoetkoming als is voldaan aan de voorwaarden:

  1. De werkgever committeert zich vooraf aan de verplichting géén ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor zijn werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming wordt ontvangen;
  2. De werkgever verwacht of heeft ten minste 20% omzetverlies vanaf 1 maart 2020.

 

10. Wat zijn de verplichtingen van de werkgever tijdens de periode van tegemoetkoming door het NOW?

 

De werkgever betaalt 100% van het loon door aan alle werknemers. Hieronder vallen ook werknemers met een flexibel contract, zoals oproepkrachten. Verder mag de werkgever geen werknemers ontslaan op grond van bedrijfseconomische redenen. Het maakt voor de toekenning van het NOW niet uit of een werknemer daadwerkelijk aan het werk is (op kantoor, thuis of in het geheel niet); hier maakt u met uw werknemers afspraken over.

 

 

11. Wat kunt u doen indien u betalingsproblemen heeft als gevolg van de coronacrisis?

 

Veel ondernemers zullen de komende periode voor grote (financiële) uitdagingen komen te staan. Orders die uitblijven of worden afgezegd, personeel dat ziek thuis zit en betalingen die uitblijven. De overheid heeft beloofd maatregelen te nemen. Belangrijke informatie kunt u hier vinden. Er zullen ook ondernemers zijn waarvoor de maatregelen niet op tijd zullen zijn. Is een faillissement de enige ‘uitweg’?

 

Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om bij de rechtbank uitstel van betaling aan te vragen (surseance). U krijgt dan de tijd om, samen met de bewindvoerder, een plan op te zetten dat kan worden aangeboden aan de schuldeisers. Regelmatig is hierin alsnog een oplossing te vinden. Indien het voorstel onvoldoende blijkt te zijn, dan zal de rechtbank de surseance normaal gesproken omzetten in een faillissement.

 

Verkeert u in betalingsproblemen dan is het verder vaak mogelijk om uw crediteuren een aanbod tegen finale kwijting aan te bieden (buitengerechtelijk crediteurenakkoord). Als crediteuren inzien dat een faillissement het enige alternatief is, zijn zij vaak bereid hiermee in te stemmen. U zult dit voorstel dan wel deugdelijk moeten onderbouwen en uw crediteuren van voldoende informatie voorzien om het akkoord te laten slagen.

 

Onze advocaten Ondernemingsrecht hebben veel ervaring met situaties waarbij ondernemers in zwaar weer verkeren. Schakel op tijd een deskundige in die u kan helpen om grotere problemen te voorkomen. U kunt ons altijd vrijblijvend bellen op 0118 65 60 15.

 

12. Kan een beschikking worden opgeschort wegens overmacht?

 

De opschorting van de beslistermijn op een aanvraag is geregeld in artikel 4:15 van de Awb. De termijn kan onder meer opgeschort worden zolang het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is om een beschikking te geven (artikel 4:15 lid 2 onder c Awb). Het moet dan gaan om een onmogelijkheid om te beslissen die veroorzaakt wordt door abnormale en onvoorziene omstandigheden buiten toedoen en buiten de risicosfeer van het bestuursorgaan zelf. Daarvan lijkt met het coronavirus sprake. Overigens zullen daar wel grenzen aan zijn. Uit de rechtspraak volgt dat organisatorische problemen binnen de invloedsfeer van het bestuursorgaan geen beroep op overmacht rechtvaardigen. Naarmate bestuursorganen zich langer organisatorisch hebben kunnen aanpassen ligt een beroep op overmacht dan ook steeds minder voor de hand.

 

13. Wat zijn de (mogelijke) gevolgen voor de behandeling van een bezwaarschrift?

 

Artikel 7:10 van de Awb bepaalt dat een bestuursorgaan moet beslissen binnen zes weken of – als een bezwarencommissie is ingesteld – twaalf weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Die termijn kan worden opgeschort om de indiener in de gelegenheid te stellen een verzuim te herstellen. Daarnaast kan het bestuursorgaan de beslissing eenzijdig met maximaal zes weken verdagen. Verder uitstel is alleen mogelijk als alle belanghebbenden daarmee instemmen, de indiener daarmee instemt en andere belanghebbenden niet in hun belangen geschaad worden of als het nodig is in verband met de naleving van wettelijke procedurevoorschriften (artikel 7:10 lid 4 Awb). Opschorting wegens overmacht is bij het beslissen op een bezwaarschrift dus niet aan de orde. Mogelijk zullen hoorzittingen gelet op de maatregelen die nu van kracht zijn geen doorgang kunnen vinden en zal om die reden een beroep gedaan kunnen worden op artikel 7:10 lid 4 onder c Awb (naleving van procedurevoorschriften).

 

14. Moet ik de huur betalen, nu ik verplicht ben te sluiten en daardoor geen inkomsten heb?

 

Als gevolg van de maatregelen vanuit de overheid, mogen bepaalde zaken, zoals de horeca, niet open. Komt u hierdoor in problemen met uw verhuurder? Treed zo snel mogelijk in overleg! Het uitgangspunt is dat de huurovereenkomst moet worden nagekomen en dus dat u de huur moet betalen, maar in uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken van de overeenkomst.

 

Als huurder kunt u mogelijk aanspraak maken op huurvermindering. De verhuurder heeft de verplichting ongestoord huurgenot te verschaffen en dat kan nu niet meer. Dit levert een gebrek op, als het gaat om een omstandigheid die op grond van de zogeheten verkeersopvatting niet aan de huurder kan worden toegerekend. Als dat zo is, hebt u als huurder recht op huurvermindering. Dat zal echter het grote discussiepunt worden: voor wiens rekening moet dit gebrek komen? Een bekend voorbeeld uit de rechtspraak is tegenvallende bezoekersaantallen: dit komt voor rekening van de huurder. De vraag is of  een verplichte sluiting ook op die manier wordt behandeld. Goed verdedigbaar is dat in deze uitzonderlijke situatie beide partijen de helft dragen. De tijd zal leren hoe hier juridisch mee moet worden omgegaan. 

 

Let op dat in veel contracten wordt afgeweken van de wettelijke gebrekenregeling. Dit is bijvoorbeeld het geval in de veel gebruikte ROZ-modellen. Uit de ROZ-modellen volgt dat een huurder geen aanspraak kan maken op huurvermindering.

 

Een andere optie, die u ook hebt wanneer gebruik is gemaakt van het ROZ-model, is een beroep op ‘onvoorziene omstandigheden’ (artikel 6:258 BW). Als sprake is van dergelijke onvoorziene omstandigheden, dan kan de huurovereenkomst worden gewijzigd of (geheel of gedeeltelijk) ontbonden. Ook op die manier zou de rechter bijvoorbeeld de huur over de periode van sluiting kunnen verminderen. Uit de rechtspraak volgt echter wel dat een beroep op deze bepaling niet vaak succesvol is. Rechters zijn terughoudend met het toepassen van een dergelijke bepaling en zien veel omstandigheden als ondernemersrisico. Het moet echt om onvoorziene omstandigheden gaan. Het Coronavirus zou zo’n onvoorziene omstandigheid kunnen zijn, op grond waarvan een rechter oordeelt dat het redelijk is dat partijen elkaar tegemoetkomen.

 

Kortom, mocht u problemen ervaren en als gevolg van de Coronacrisis de huur niet meer helemaal kunnen betalen, overleg met uw verhuurder en doe een redelijk voorstel. Zowel huurder als verhuurder dienen zich tegenover elkaar redelijk op te stellen.

 

15. Wat als mijn huurder geen huur meer kan betalen?

 

Overleg met elkaar wat de mogelijkheden zijn! In deze uitzonderlijke situatie is het ook voor u als verhuurder van belang mee te denken met uw huurder. Aan een failliete huurder hebt u immers ook niets. Wellicht kan een betalingsregeling worden afgesproken, of kunt u de huurder tegemoet komen met een tijdelijke vermindering van de huurprijs (zie ook hiervoor).

 

16. Het gaat financieel slecht met mijn onderneming. Mag ik selectieve betalingen verrichten om een faillissement te voorkomen?

 

Veel ondernemers verkeren financieel in zwaar weer. Klanten betalen (structureel) te laat en de noodmaatregelen van de overheid bieden wellicht ook geen uitkomst. U raakt zelf in liquiditeitsproblemen en dit kan resulteren in een faillissement. Mag u in aanloop naar een faillissement crediteuren selectief betalen? De ondernemer heeft een hoge mate van vrijheid hierin. Indien u bijvoorbeeld de aanvrager van het faillissement moet betalen om dit te voorkomen, dan mag dat. In bepaalde situaties kunnen deze handelingen echter omslaan naar bestuurdersaansprakelijkheid. Hiervan is met name sprake bij (1) liquiditeitsproblemen (in het zicht van faillissement), of (2) een beëindiging van de bedrijfsactiviteiten. In deze gevallen dient de bestuurder alert te zijn. Voorkom in ieder geval betalingen die worden gedaan aan uw onderneming gelieerde partijen en partijen waarin de bestuurder een persoonlijk belang heeft.

 

17. Liquidatie of faillissement?

 

Als ondernemer kunt u financieel in nood komen. Ondanks alle genomen maatregelen is het mogelijk dat u geen andere mogelijkheid hebt dan beëindiging van de onderneming. U kunt in dat geval kiezen voor (i) het aanvragen van het faillissement of (ii) de liquidatie van de onderneming en vereffening van het vermogen. Voor verschillende situaties gelden verschillende mogelijkheden. Als er zicht is op volledige betaling van alle schuldeisers na vereffening ligt liquidatie voor de hand. Blijkt dat niet alle schuldeisers kunnen worden voldaan, dan is de aanvraag van het faillissement de geëigende weg. Voor een ondernemer heeft in de meeste gevallen liquidatie de voorkeur, omdat u dan het proces min of meer zelf in de hand hebt. Kiest u toch voor een faillissement, houd dan in ieder geval rekening met het doen van selectieve betalingen (zie vraag 16). In alle gevallen: meld tijdig betalingsonmacht bij de Belastingdienst en/of pensioenfondsen.