Praktijkgebieden

Pensioenverevening

Wet verevening pensioenrechten bij scheiding

 

In geval van een echtscheiding of ontbinding van een geregistreerd partnerschap bepaalt de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding dat tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap opgebouwde ouderdomspensioenrechten aan beide partners toekomen. Dit geldt ook als één van beiden geen of nauwelijks pensioenaanspraken heeft opgebouwd.

 

Daarnaast verkrijgt de ex-partner onder de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding een eigen aanspraak richting het pensioenuitvoeringsorgaan, mits de pensioenuitvoerder tijdig over de scheiding wordt geïnformeerd door middel van het daarvoor door de overheid opgestelde formulier. Dit formulier ‘Mededeling van scheiding in verband met verdeling van ouderdomspensioen’ is te downloaden op de site www.rijksoverheid.nl. Het formulier is tijdig ingediend indien de pensioenuitvoerder het formulier heeft ontvangen binnen twee jaar na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand of na de beëindiging van het geregistreerd partnerschap. Na ontvangst van het formulier gaat het pensioenuitvoeringsorgaan over tot het berekenen van de verevening, waarna iedere partner wordt geïnformeerd over diens aanspraken in de toekomst. Bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van degene die betreffende pensioenrechten heeft opgebouwd, keert het pensioenuitvoeringsorgaan vervolgens rechtstreeks aan iedere partner uit wat hem/haar toekomt.

 

De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding is in de meeste gevallen niet van toepassing op ouderdomspensioenrechten die zijn opgebouwd door een ondernemer (zie daarover ‘Oudedagvoorziening en pensioenreserve. Voor pensioenrechten die in het buitenland zijn opgebouwd dient gekeken te worden naar de exacte situatie van de partners. In sommige gevallen is de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding namelijk wel van toepassing, behoudens de eigen aanspraak richting het pensioenuitvoeringsorgaan, en in andere gevallen is de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding in het geheel niet van toepassing.

 

Nabestaandenpensioen

 

Naast ouderdomspensioenrechten bouwen de meeste werknemers ook nabestaandenpensioenrechten op. Deze rechten geven de echtgenoot/partner en eventuele kinderen na overlijden van de deelnemer van de pensioenregeling een recht op een nabestaanden-/wezenpensioen. Na scheiding blijft, tenzij andere afspraken worden gemaakt of de rechten op risico-basis zijn opgebouwd, het recht op nabestaandenpensioen voor de ex-partner gereserveerd. Dit is geregeld in de Pensioenwet en dient bij voorkeur te worden vastgelegd in een echtscheidingsconvenant. De aan de ex-partner toekomende rechten op nabestaandepensioen worden vanaf de scheiding ook wel het bijzonder partnerpensioen genoemd.

 

Boon/Van Loon

 

Op echtscheidingen die vóór 1 mei 1995 maar na 27 november 1981 zijn ingeschreven, zijn de regels uit het Boon/Van Loon-arrest van toepassing in plaats van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. In dit arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat pensioenrechten, opgebouwd voorafgaand en tijdens het huwelijk in de gemeenschap van goederen vallen en in de verdeling daarvan moet worden betrokken. In die verdeling kan volgens de Hoge Raad alleen rekening worden gehouden met de pensioenrechten in de vorm van een waardeverrekening ten gunste van de andere echtgenoot. De ex-partners zijn voor de uitbetaling van de pensioenuitkeringen dus afhankelijk van de ander: de pensioenuitvoerder hoeft niet mee te werken aan een verdeling van pensioenrechten op basis van de regels uit het Boon/Van Loon-arrest. Overigens zijn sommige pensioenuitvoerders wel bereid om rechtstreeks uit te betalen als beide partijen daarmee instemmen.

 

Het komt regelmatig voor dat ex-partners pas jaren na hun scheiding geconfronteerd worden met een vordering tot verdeling van pensioenrechten, omdat veel mensen die na 1981 en vóór 1 mei 1995 zijn gescheiden ten tijde van hun scheiding geen of geen concrete afspraken hierover hebben gemaakt. Dit onderwerp komt dan pas weer boven drijven op het moment dat beide of één van de ex-partners de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. Is een vordering tot verdeling van de pensioenrechten na zo een lange periode van stilzitten verjaard? Is er wellicht sprake van rechtsverwerking? Het enkele stilzitten is vaak niet doorslaggevend, maar bijkomende omstandigheden kunnen er mogelijk toe hebben geleid dat de aanspraken van een ex-partner zijn komen te vervallen. Wij bekijken graag voor u of daarvan in uw situatie sprake is. Zo niet, dan dient alsnog berekend te worden welke aanspraken beide partners hebben en hoe de verdeling tot stand gebracht kan worden.

 

Afwijkende afspraken met betrekking tot pensioen

 

Het komt regelmatig voor dat in een samenlevingsovereenkomst de bepalingen van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding en/of de Pensioenwet van toepassing worden verklaard of een andere regeling voor de op te bouwen pensioenrechten wordt opgenomen. In een dergelijk geval zal bij een eventuele scheiding eveneens bekeken moeten worden hoeveel pensioenrechten zijn opgebouwd en hoe de overeengekomen regeling kan worden afgewikkeld.

 

Verder is van belang dat partijen in het kader van de scheiding ook zelf een regeling kunnen treffen omtrent de verdeling van de pensioenaanspraken en daarmee kunnen afwijken van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, het Boon/Van Loon-arrest, de Pensioenwet, de inhoud van de samenlevingsovereenkomst en/of de huwelijkse voorwaarden. Laat u daarom goed adviseren over wat uw mogelijkheden zijn.

 

Een geregeld voorkomende optie is dat aanstaande ex-partners conversie overeenkomen. Dit komt er kort gezegd op neer dat aan de andere partner toekomende ouderdoms- en nabestaandenpensioenrechten worden omgezet in één eigen recht. Hierdoor heeft een eventueel overlijden van de ex-partner niet langer invloed op de hoogte van de te ontvangen pensioenrechten.

Onze advocaten
    mr. A.A. (Anouk) Broekman-de Feijter Advocaat
    mr. G.W.J. (Guido) van Dijke Advocaat